Langs de oevers van de Yangtse???

Korte ingezonden brief, verstuurd naar de VPRO-gids, want het is toch gek als je zoiets doet zonder je kijkers te informeren:

‘Uw reisdocumentaire Langs de oevers van de Yangtse is veel- en hooggeprezen. En inderdaad, het is een levensecht portret van China en de Chinezen. Mooi gefilmd ook. Toch maar een aantekening. Die prachtige bergketen die we in de aanhef van het laatste deel zien en die tijdens de aflevering nog twee maal in beeld wordt gebracht, dat is de Meilixue Shan (Chinees) of Kawa Karpo (Tibetaans). Die ligt toch echt langs de Mekong, en niet langs de Yangtse.’

Hij werd niet geplaatst.

Pol Pot’s bathroom and other remains of the Khmer Rouge

That’s the title of a new series of photos and videos I posted on Flickr.

In Cambodia much more remains of the Khmer Rouge than the Killing Fields of Choeung Ek and Tuol Sleng prison, the two well-known and horrifying reminders of their brutal reign.
In Anlong Veng and Pailin, Khmer Rouge strongholds along the Thai border long after they lost control of the country as a whole, houses of top leaders Pol Pot, Ta Mok and Khieu Samphan can still be found. With difficulty sometimes: see the ‘live’ videos of my search for Pol Pot’s house outside Anlong Veng in the forests of the Dangrek Mountains.

At Khieu Samphan’s house in Pailin an awkward surprise: his family still lives there. Embarrassed I didn’t take photos.

As to Pol Pot the places where he was tried and cremated can also still be identified.

Some of the enormous water reservoirs the Khmer Rouge built using forced labor still exist, as does a now deserted airport built during their reign, including in its vicinity hidden silo’s and tunnels, signs maybe of the Khmer Rouge’s paranoia.

And what happend to the people who were part of the Khmer Rouge? Apart from the top leaders no one was tried. Many of their former soldiers were recruited into the Cambodian government army that they previously fought against. In an ironic twist of history they now defend Cambodia against their former supporters the Thai army, in a conflict over border temples that both countries claim.

See photos and videos here:

Or if the link doesn’t work click ‘Photos’ in the menu at the left and then ‘Albums’.

Pol Pot’s badkamer en andere overblijfselen van de Rode Khmer

Zo heet de nieuwe foto- en videoserie die ik op Flickr zette.

In Cambodja herinnert nog veel meer aan de Rode Khmer dan de ‘Killing Fields’ van Choeung Ek en de Tuol Sleng gevangenis in Phnom Penh, de twee bekendste blijken van hun bloedige bewind van 1975 tot 1979.

In Anlong Veng en Pailin, enclaves van de Rode Khmer nog lang nadat ze de macht over Cambodja als geheel verloren, zijn de huizen van hun hoge leiders Pol Pot, Khieu Samphan en Ta Mok te vinden. Soms met moeite: zie de ‘live’ video’s van mijn zoektocht naar Pol Pot’s huis, bij Anlong Veng in de bossen van het Dangrek Gebergte niet ver van de Thaise grens.

Bij Khieu Samphan’s huis een ongemakkelijke verrassing: zijn familie bleek er nog te wonen. Ik maakte er geen foto’s.

Wat betreft Pol Pot zijn ook de plaatsen waar hij werd berecht en gecremeerd te vinden. Enkele van de enorme waterreservoirs die de Rode Khmer gebruik makend van dwangarbeid aanlegde bestaan nog, net als een nu verlaten vliegveld met in zijn omgeving ook verborgen silo’s en een tunnelcomplex – tekenen misschien van de paranoia van de Rode Khmer.

En wat gebeurde er met de mensen die tot de Rode Khmer behoorden? Behalve de hoogste leiders werd niemand berecht. Velen leven een gewoon, teruggetrokken bestaan. Veel van hun voormalige soldaten werden gerekruteerd door het Cambodjaanse regeringsleger waar ze voorheen tegen vochten. Daarmee staan ze nu, in een ironische wending van de geschiedenis, tegenover het Thaise leger dat voorheen de Rode Khmer steunde, in een dispuut over een drietal tempels aan de grens die door beide landen worden geclaimd.


Pol Pot's bathroom

Werkt de link niet, klik dan links in het menu op ‘Photos’ en kies daarna ‘Albums’.

A festival and market trip in Yunnan

Lahu in Mengka celebrating their New Year.

Kachin from Myanmar crossing the border to Ruili for a festival of the Jingpo: different name, same ethnic group.

Aini at Lancang market.

Limi Yi with their spectacular dress, living isolated in Wumulong.

Encounters with Wa, Dai, Bulang.

The plan was to visit ethnic minority festivals and markets in the southwest of Yunnan province. Markets take place any time of year. Festivals don’t, but shortly after Chinese New Year is a good hunting season.

It wasn’t easy to work out the exact days and locations of festivals. We searched the world wide web of course. That contradicted itself, as always. I banked on local lüyouju (government travel bureaus) providing reliable information. But ìf they picked up the phone they sent us to the wrong place (according to the bureau in Eshan we had to go to their village of Dalongtan, but nothing happened there) or they weren’t aware of a festival that in fact did take place (in Ximeng they hadn’t heard about the Lahu festivities in their county).

Festivals and markets aren’t scheduled to suit travellers of course. We had to hurry from Dalongtan to Eshan to Mojiang to Pu’er to Lancang in one day, changing buses at each place. And getting from Wumulong to Ruili within one day was a logistical challenge as well. Sometimes too we had too much time. We were stuck in Lincang for 24 hours with nothing much to do. (Need a map?J)

Bus stations were teeming with men and women leaving their families for another year after the New Year holiday, returning to the factories and construction sites in China’s east. Those family members didn’t see them off. Chinese don’t wave goodbye. Maybe it’s too painful. Being witness to it is one of those travel experiences that matter as much as the destination of a trip.

We first visit the village variety of the Lahu New Year. Music and dance, eating and drinking, music and dance, eating and drinking, on and on. The next day the main celebration is more ceremonial. There is someone who looks like a minister and something that seems like a sermon, there is prayer and kneeling down to earth and sacrifice of pieces of wood or bark. It is pure and a shock of colour. But I am swept away only when people climb en masse and with great sense of purpose through a forest to a second terrain at the top of the mountain.

Religiously it remains misty. Wikipedia about the Lahu: originally polytheistic, later Buddhism and Christianity were introduced. People in Mengka talk about “worshipping Buddha”.  But there is no sign of him. Above the only altar the only image is a photo of…. Mao.

The Jingpo festival in Ruili is adopted by the government. Even the local lüyouju knew about it. It is a large scale affair, and not as authentic. A group of women in Jingpo dress represent their village, but ethnically more than half are Han Chinese or Dai. I am watching a staged event. But people enjoy themselves, join the long line of dancing people that winds about the festival grounds. A brass band blows and beats fervently for hours at a stretch. How did this western music ever get here? Through the former Britisch colony of Birma?

Beyond the stage reality is more captivating. Many Kachin have come from Myanmar. With a ‘Red Booklet’, a border pass, they are allowed into China for a week, not the whole country but a border zone. A young guy tells me he goes back to Myanmar every seven days and immediately returns again with a new one week stamp. He effectively lives in China.

A man wants to show me photos in his phone. Kachin rebel fighters (or independence fighters, depending on one’s perspective) firing at the Myanmar government army. ‘Last week’, he says. I can’t verify of course.

In one of the festival’s market stands someone sells T-shirts of the Kachin Independence Army.

Calls to lüyouju: 15

Of which answered: 3

Calls to bus stations: 8

Calls from bus stations: 2

Military checkpoints: 5

That included thorough luggage check: 1

Kilometers (Kunming at beginning and end): 2.700

Ethnic minorities: 9

My co-travellers (all from Spain): 4

Other foreigners ran into: 0

David, Enric, Eva, Vicente: thanks for making the trip possible.

Langs festivals en markten in Yunnan

Lahu in Mengka die hun Nieuwjaar vieren.

Kachin uit Myanmar die voor een festival van de Jingpo de grens naar Ruili over komen: andere naam, zelfde etnische groep.

Aini op de markt in Lancang.

Limi Yi met hun spectaculaire dracht, geïsoleerd levend in Wumulong.

Ontmoetingen met Dai, Bulang en Wa.

De bedoeling was festivals en markten van de etnische minderheden in het zuidwesten van Yunnan te bezoeken. Markten zijn er altijd. Festivals niet, maar kort na Chinees Nieuwjaar is een goed jachtseizoen.

Exacte dagen en locaties van festivals achterhalen was lastig. We zochten het wereldwijde web af natuurlijk. Dat sprak zichzelf als altijd tegen. Ik vertrouwde op lokale lüyouju, de reis- en toerismedepartementen van de overheid. Maar als ze de telefoon al opnamen stuurden ze ons naar de verkeerde plek (volgens het bureau in Eshan moesten we naar hun stadje Dalongtan maar daar gebeurde helemaal niets), of ze wisten niets van een festival dat toch heus plaatsvond (in Ximeng hadden ze niet gehoord van de Lahu festiviteiten in hun district).

Markten en festivals worden niet gepland om het reizigers makkelijk te maken. Zo hadden we maar één dag om ons van Dalongtan naar Eshan naar Mojiang naar Pu’er naar Lancang te haasten, telkens van bus veranderend. En binnen een dag van Wumulong naar Ruili raken was al net zo’n logistieke uitdaging. Soms hadden we ook tijd te veel. We wachtten een etmaal lang in Lincang met niets om handen. (Kaart nodig?J)

Busstations waren overvol met mannen en vrouwen die bepakt en bezakt na hun tweeweekse Nieuwjaarsvakantie hun familie weer voor een jaar verlieten, op weg naar de fabrieken en bouwprojecten in het verre oosten van China. Die familieleden waren al nergens meer te bekennen. Chinezen doen niet aan uitzwaaien. Misschien is het te erg. Er getuige van zijn is zo’n reiservaring die er net zo veel doet als de bestemming van de trip.

We zijn eerst op de dorpsvariant van het Lahu Nieuwjaar. Muziek en dans, eten en drinken, muziek en dans, eten en drinken, om en om. Een dag later gaat de hoofdviering gepaard met allerlei ceremonieel: een voorganger, gebed, iets wat op een preek lijkt, ter aarde buigen, het offeren van stukjes hout of bast. Het is puur en een spervuur van kleur. Maar ik voel me pas meegevoerd als de menigte vol van sense of purpose door een bos naar een tweede terrein op de top van de heuvel klimt.

Religieus blijft het wazig. Wikipedia over de Lahu: oorspronkelijk polytheïstisch, later werden Boeddhisme en Christendom geïntroduceerd. De mensen in Mengka hebben het over ‘Boeddha vereren’, maar Boeddha komt er niet zichtbaar aan te pas. Boven het enige altaar is de enige afbeelding een foto van… Mao.

Het Jingpo festival in Ruili is door de overheid geadopteerd. Zelfs de lokale lüyouju wist ervan. Het is grootschalig en minder authentiek. Een groep vrouwen in Jingpo klederdracht vertegenwoordigt hun dorp, maar etnisch is meer dan de helft van hen Han Chinees of Dai. Ik kijk naar een theaterstuk. Maar de mensen hebben het naar hun zin, sluiten zich aan bij de lange sliert dansende mensen die over het festivalterrein slingert. Een fanfareorkest blaast en trommelt fervent, uren aaneen. Hoe is die westerse muziek hier ooit beland? Via de voormalige Britse kolonie Birma?

Achter de façade de werkelijkheid. Die is boeiender. Er zijn een hoop Kachin uit Myanmar. Met een ‘Rood Boekje’, een grenspas, mogen ze een week lang China een stukje in. Een jongen vertelt hoe hij iedere zeven dagen even terug gaat naar Myanmar en direct weer terug komt met een nieuw stempel voor een week. Feitelijk leeft hij in China.

Een man wil me foto’s in zijn telefoon laten zien. Schietende Kachin rebellenstrijders (of onafhankelijkheidsstrijders, afhankelijk van je perspectief) in gevecht met het regeringsleger van Myanmar. ‘Afgelopen week’, zegt hij.

In een van de marktkramen aan de rand van het festival verkoopt iemand T-shirts van het Kachin Independence Army.

Telefoontjes naar lüyouju: 15

Waarvan beantwoord: 3

Telefoontjes naar busstations: 8

Telefoontjes van busstations: 2

Militaire checkpoints: 5

Waarvan met grondige bagagecontrole: 1

Kilometers (Kunming als begin en eindpunt): 2.700

Etnische minderheden: 9

Mijn reisgenoten (Spaans): 4

Andere tijdens de reis tegen gekomen buitenlanders: 0

Dank aan David, Enric, Eva en Vicente die de reis mogelijk maakten.

Happy Year of the Goat

pieterneele | 18 February, 2015 15:54

Wishing all of you a happy and healthy Year of the Goat!

A friend from Vietnam sent me the outlook for people born in the Year of the Dragon, especially edition 1964 (me). Work: no good. Health: no good. Love: no good.

Looking for a place to hide. Just for a year. ‘Cos after, the Year of the Monkey promises to be real good.

(Can’t get myself to add a goat image, too predictable.)

Gelukkig Jaar van de Geit

pieterneele | 18 February, 2015 15:45

Ieder een gelukkig en gezond Jaar van de Geit gewenst!

Een vriendin uit Vietnam stuurde me de vooruitzichten voor mensen geboren in het Jaar van de Draak, met name de editie 1964 (ik). Werk: niet best. Gezondheid: niet best. Liefde: niet best.

Zoek een schuilplaats. Voor een jaar maar. Want daarna is het Jaar van de Aap veelbelovend.

(Beetje te voorspelbaar om een plaatje van een geit toe te voegen.)

Extreme Cambodia

pieterneele | 18 February, 2015 13:22

The stunning architecture of the Angkor period. The horrific Khmer Rouge reign of terror. Cambodia is extreme. The sheer magnitude of the temple ruins is incomprehensible. So is the scale of the brutality.

As if there are no constraints on the people, no limit on good and no limit on evil.

I have often visited Angkor Wat and the many temples in the surrounding area. Each time I stood in awe. I have often visited the Killing Fields of the Khmer Rouge, and Tuol Sleng, their prison and torture centre in Phnom Penh. Each time I was appalled.

This time my co-traveller and me wanted to go to Pailin and Anlong Veng, strongholds of the Khmer Rouge for twenty years after their brutal reign. And to the remote Angkorian temples that are scattered around Cambodia’s north. Among them the three disputed temples on the Thai border that recently still led to armed conflict.

Unexpectedly our focus on the Khmer Rouge and our focus on the temple ruins would result in an encounter that gave insights in both.

Extreem Cambodja

pieterneele | 18 February, 2015 13:18

De grandioze architectuur uit de tijd van Angkor Wat. Het gruwelijke schrikbewind van de Rode Khmer. Cambodja is extreem. De grootsheid van de tempelruïnes is niet te bevatten. De omvang van de wreedheden ook niet.

Alsof er geen begrenzing op het volk zit, niet in goeds en niet in kwaads.

Ik was vaak bij Angkor Wat, zag de talloze tempels die daar in de omgeving liggen. Telkens werd ik gegrepen. Ik was vaak bij de Killing Fields van de Rode Khmer, en in Tuol Sleng, hun gevangenis en martelcentrum in Phnom Penh. Telkens huiverde ik.

Cambodja slaat me uit het veld.

Nu wilden reisgenoot en ik naar Pailin en Anlong Veng, enclaves van de Rode Khmer tot twintig jaar na hun schrikbewind. En naar de afgelegen Angkoriaanse tempels die verspreid door het noorden van Cambodja liggen. Daaronder de drie omstreden tempels op de grens met Thailand waar beide landen recent nog om vochten.

Onverwacht zouden focus op de Rode Khmer en focus op de tempelbouwkunst in één ontmoeting samenvallen.

Forenzentrip Luang Prabang – Bangkok: deze keer

pieterneele | 16 February, 2015 08:31

Op Luang Prabangs busstation rolt een roep backpackers uit een tuktuk. Tis stuitend. Te weinig kleren, opzichtige tatoeages, onfris. Blind voor hun omgeving. Blind voor de bordjes die manen ‘covered’ gekleed te zijn. Wan, die me heeft gebracht, registreert ze ook. Laotianen zeggen niet snel iets kritisch over anderen. Maar als ik begin te mopperen, stemt hij in: ‘Not nice, eh’.

Het is de Thaise bus vandaag – de ene dag de Thaise, de andere de Laotiaanse. De airconditioning is bar. Ik trek mijn outdoor onderhemd aan. Ga een stoel verzitten om uit de ijzige tocht te raken.

Ga deze keer naar Cambodja. Eerste doel is Pailin waar we de grens over willen steken, enclave van de moorddadige Rode Khmer tot twintig jaar na het schrikbewind dat ze uitoefenden. Ik wil er al lang heen, de plaatsnaam fascineert me. Voor het hotel in Loei, 600 kilometer van Pailin, staat deze auto. Raar toeval. Bedrijf en regio hebben niets met elkaar te maken.

De chauffeur van de nachtbus naar Bangkok wil er zo snel mogelijk vanaf. Rijdt te hard. Stopt kort. Komt te vroeg aan. Slaat bij aankomst de uitstaphalte over en rijdt meteen naar zijn parkeerplaats ergens achteraf. Geen idee, zo in het donker, waar de uitgang is. Bewegwijzering ontbreekt. Ik dwaal tien minuten rond. Ik heb busstation Mochit uit frustratie wel eens ‘Moshit’ genoemd. Maar wind me vandaag niet op.

Ik vind de hoofdingang en een wachtruimte. Thailand moet het land zijn met ’s werelds hoogste 7 Eleven dichtheid. Ze hanteren ruimere openingstijden dan de naam impliceert. Op mijn koffiebekertje staat ‘Wake up’.

Tegen zessen schudt een bewaakster zachtjes de oude vrouw wat verderop wakker. Ze vraagt nog wat respijt. Verdwijnt een tijdje met een handdoekje. Ordent haar spulletjes. Een uur later gaat ze met haar drie plastic zakken de straten van Bangkok op.

Ik ga mijn reisgenoot van het vliegveld halen. De glazenwassers doden mijn wachttijd.

Een vliegveld is nu eenmaal om te vliegen

We varen over Bangkoks waterweg de Chaophraya. Het rivierleven stelt nooit teleur.

In de tempel waar Thailands boeddhistische patriarch zetelt veel drukte. Een monnik strooit kleine pakketjes uit over het publiek. Dat duikt erop af, rolt ervoor over de grond – jolig en bloedserieus tegelijk. Pepernoten met Sinterklaas. Ballen na een tenniswedstrijd. Plectrums bij een concert.