Mekongexpeditie – 8 juli

3 uur ’s middags

Op het vliegveld van Xining, wachtend op mijn aansluitende vlucht, 51 uur inmiddels. Wachten in de vertrekhal om in te checken, wachten in de wachthal om in te stappen, wachten op je bagage nadat de vlucht is afgelast, wachten op je kamersleutel in het hotel tegenover het vliegveld, de volgende dag opnieuw wachten in de vertrekhal, wachten in de wachthal, wachten in het toestel want deze keer gingen we aan boord, wachten op je bagage nadat de vlucht toch weer is afgelast, wachten in het hotel, wachten in de vertrekhal, wachten in de wachthal.

Wachten put uit.

En steeds onzekerheid wanneer je zult vliegen. Òf je zult vliegen.

En zorgen over mijn gewenning aan de hoogte. Ik raakte de afgelopen weken redelijk geacclimatiseerd. Maar hoeveel schade doet de vertraging daaraan?

5 uur ’s middags

Mijn vliegtuig stijgt op.

Als we Yushu naderen vliegen we vlak over scherpe graslandpieken, witte wolkenflarden hangen tussen het frisse groen, de roodbruine Mekong stroomt er beneden tussendoor, alles in de perfecte gloed van de late namiddagzon. Ik verwens mezelf mijn camera in mijn tas te hebben gelaten, in het bagagecompartiment aan de overkant van het gangpad, buiten bereik nu we bijna gaan landen. Prachtige Mekongfoto’s die ik niet kan maken. En het moment is onherhaalbaar, er is geen kans het ooit nog eens zó te zien.

Eenmaal aan de grond stel ik me de landkaart voor en ik realiseer me dat het niet de Mekong was, maar slechts de Yangtse. Opluchting, dan doen de gemiste foto’s er niet zo toe.

De bronnen van de Mekong bereikt

Op 12 juli 2013 bereikte ik, samen met Zwitser Luciano Lepre, de bron van de Mekong aan de voet van de gletsjer van Mount Jifu, in het leegste deel van China’s provincie Qinghai.

Een dag later bezochten we ook de bron op Mount Guosongmucha. Sommigen vinden nog steeds dat dat de werkelijke bron van de Mekong is omdat de riviertak die hier ontspringt meer water afvoert dan de rivier die ontspringt op Jifu, hoewel inmiddels is aangetoond dat de Jifu bron hoger ligt en zijn rivier langer is.

Het is verleidelijk te denken dat wij de eersten zijn die beide bronnen hebben bereikt. Expedities die sinds het midden van de jaren 1990 op pad gingen om te bepalen wat nu de echte bron van de Mekong is concentreerden zich merkwaardig genoeg op òf Guosongmucha òf Jifu en namen niet de moeite ook nog naar de andere bron te gaan.

Een jaar geleden kwam ik al heel dichtbij de Jifu bron, zoals je in eerdere blogberichten kunt zien. Een dun stroompje Mekong water zocht zijn weg tussen stenen, keien, de eerste sneeuw. Ik telde mijn bronpoging half. Maar twijfel knaagde: mijn gps-track geprojecteerd op Google Earth liet achteraf zien dat ik nog 140 meter verwijderd was geweest van een sneeuwveld dat eruit zag als het begin van de rivier. Deze keer bleek me dat de voet van de Jifu gletsjer in werkelijkheid zelfs nog een kilometer verder lag, en 250 meter hoger.

Ik ben blij – maak er maar van heel blij – nu geen twijfels meer te hebben de bronnen van de Mekong bereikt te hebben.

Bron van de Mekong, Mount Jifu gletsjer, mijn GPS gaf aan NB 33.45.671, OL 94.40.562,  hoogte 5.374 meter.

Toevoeging Later wist ik te bepalen dat deze hoogste gletsjer, waar de Mekong ontspringt, niet op Mount Jifu ligt, maar op de berg die er aan de westkant naast ligt. De genoemde GPS locatie is correct.

Naar de oorsprong van de Mekong – Drie

Aan het begin van de Zaxiqiwa vlakte staan een paar nomadententen. Het waren de eerste mensen die we sinds 80 kilometer zagen, en ook de laatste die ik de komende 50 kilometer zal zien.

Ik zie dat ze een kleine motorfiets hebben. Ik heb een dag over. Ik zie een kans om naar de Mekong bron aan de voet van de berg Jifu te gaan, aan het eind van zijn langste tak.

‘Dat is te ver, je kunt niet op een dag heen en weer. Maar je komt van ver dus we zullen je helpen.’

We vertrekken zodra het licht is, Kelsang rijdt, ik zit achterop. Het pad is soms zanderig, soms stenig, soms versmalt het tot een spoor, soms verdwijnt het, soms loopt het door het water. Het is Parijs-Dakar, maar dan nat en koud en op niet veel meer dan een brommer. We maken goede voortgang. ‘Dit kan gaan lukken’, denk ik.

Maar na Yeyongsongdou, de splitsing tussen de twee laatste hoofdstromen van de Mekong, wordt het terrein onbegaanbaar tenzij je te voet of te paard bent. Pollen in een drassige ondergrond. Er tussendoor rijden gaat niet: te drassig, kronkelig, smal. Maar om van pol naar pol te rijden, daarvoor zijn de gaten ertussen dan weer te breed. Kelsang blijft het proberen maar meestal loop ik en dat gaat even snel.

Halverwege het dal van de Gaodepu, tien kilometer van Jifu Shan, geef ik me gewonnen. Nog  een uur en ik heb al de helft van het daglicht opgebruikt. In het donker door dit verlaten gebied over dit terrein terug rijden is geen optie. Valpartij, gewond, wolven…

Er staan weer drie nomadententen hier. Binnen warm ik op en blaas ik uit. Ik vraag me af hoe al die alpinisten zich voelen die om moeten keren, de haven al in zicht. Hoe ik me zelf voel weet ik niet. Verdoofd. Maar misschien zie ik er terneergeslagen uit – de tenteigenaar zegt dat hij een grotere motorfiets heeft en dat we nog wel verder kunnen gaan.

Weer op weg. Inderdaad heeft hij een serieuzere off the road machine. Keer op keer kruisen we de meanderende bedding van de Mekong, vijf meter breed , dan vier, dan drie. Dan kan ook deze motor niet verder.

Ik ben op mezelf aangewezen nu. Ik loop.

Hier kwam ik:

Naar de oorsprong van de Mekong – Twee

We laten Zaduo weer achter ons, het is drie dagen later. Alleen chauffeur Renqing vergezelt ons deze keer. Hij groeide op in de buurt van Zaxiqiwa, en hoewel Tibetaans zijn moedertaal is spreekt hij ook Chinees. Geen tolk of gids nodig dus.

Hij heeft geen medelijden met zijn Chinese pick-up truck. Onverhard slecht wegdek, kuilen, riviertjes – hij neemt er geen gas voor terug. Een keer, als het wel erg modderig wordt, weet ik hem over te halen een stukje om te rijden – maar dat is een uitzondering.

We komen bij de plek waar we strandden. Ik wil eerst de situatie bekijken. Maar hij stopt alleen even om over te schakelen naar vierwielaandrijving. Hij kiest een minder diepe doorgang. Ik weet zeker dat ik mijn voeten nat voel worden. Maar het is verbeelding. We zijn aan de overkant.

Meer zijrivieren van de Mekong volgen. Renqing noemt telkens de naam. We komen aan de Mekong zelf. We volgen hem stroomopwaarts.

Dan buigt de weg naar het westen en verlaat de Mekong. Wij ook.

Marco en Eric zijn kunstenaars die me hebben gevraagd hun reis naar de oorsprong van de Gele Rivier en de Mekong te organiseren. We voerden lange discussies: naar welke bronnen precies? Zoals eerder blogs hier laten zien zijn er verschillende keuzes mogelijk. Ze besloten wat betreft de Mekong naar de Zaxiqiwa bron te willen, de ‘spirituele’ bron van de rivier die vereerd wordt door de lokale Tibetaanse bevolking. Ik kan natuurlijk niet in hun artistieke overwegingen treden. Maar meestal rationeel ingesteld ben ik teleurgesteld niet naar de bron van mijn keuze te kunnen, de ‘wetenschappelijke’ aan het begin van de langste tak van de Mekong, aan de voet van de berg Jifu.

Daarom verlaten we de hoofdstroom van de Mekong.

Een lage pas. Voor ons de Zaxiqiwa vlakte, misschien 15 kilometer in doorsnee, vol met zilverblauwe poelen, omzoomd door heuvels. Frisser groen dan al het groen dat we zagen in de 1.800 kilometer onderweg hierheen vanuit Xining.

Een steek van binnen. Ik ben verrast en word uit mijn doen gebracht. We stoppen kort, maar de drang deze plek te betreden is groter dan om zijn aanblik in je op te nemen. We dalen af en steken de vlakte door naar de Zaxiqiwa bron van de Mekong. Het geluid van vogels en van wind. Schitterend namiddaglicht. Het is een ontroerende plek en een van de puurste op aarde. Voor het eerst dringt de betekenis van ‘spirituele bron’ tot me door.

Zaxiqiwa, de ‘spirituele’ bron van de Mekong

Naar de oorsprong van de Mekong – Een

De auto vult zich met de geprevelde Tibetaanse gebeden van de man uit Zaduo. Ik heb hem gevraagd mee te gaan, niemand van ons kent de weg.

De eerste hoge pas ontlokt oehs en aahs om zijn pracht. Maar stoppen doen we niet, gericht als we zijn op ons doel, de Mekong bron bij Zaxiqiwa.

Verder is ieder stil.

De lokale gids stelt tien bergpassen in het vooruitzicht. Ik raak al snel de tel kwijt. Marco niet.

De weg slingert op en neer, links en rechts. Een doolhof in een lege wereld.

Ik maak aantekeningen, kijk op mijn GPS of we wat opschieten.

We naderen een rivier, ik pen in mijn boekje dat het de breedste is tot nu toe. Als ik opkijk staan we er al middenin. Gestrand – voor zover dat in dit geval toepasselijke woordkeus is.

Er staat al snel tien centimeter water in de auto. We kruipen er door de achterdeur uit, misschien in de hoop dat de rivier daar ondieper is dan rechts of links. Of omdat mensen instinctmatig altijd de kortste weg naar de veiligheid zoeken. Het ziet er vast komisch uit.


Phuntsok is op pad gegaan zonder iets wat je zoal nodig zou kunnen hebben: sleepkabel, gereedschap, jerrycan, spa, plastic om bagage droog te houden. Die laatste twee dingen heb ik nog gekocht – maar ik had beter op moeten letten.

Na een tijdje een vrachtauto. De chauffeur heeft een touw, wij hebben een koord om de bagage bij elkaar te binden. Ze winden ze in elkaar – slim bedacht, denk ik. Het trekt de auto op het droge. Maar hij doet het niet meer, is zo’n beetje verdronken. De truck rijdt verder. Wij moeten terug naar Zaduo – op een of andere manier.

We waren halverwege.

Er doemt een tractor op. Een gelukje. Hij is in de buurt vanwege een gras-zaai programma dat bodemerosie tegen moet gaan.

We hebben nu alleen ons bagagekoord om ons te slepen. Het knapt direct.

De tractor verdwijnt, komt veel later terug met een stalen kabel en trekt ons een pas op waar de chauffeur laat weten dat hij niet genoeg brandstof heeft om ons verder nog ergens heen te slepen. Hij vertrekt. Net als even later onze gids uit Zaduo in de enige passerende auto, met één lege stoel.

Het wordt donker, we eten wat, zetten tenten op.

Vrij dicht bij elkaar: de oorsprong van de Yangtse, Gele Rivier en Mekong

Drie van Azië’s langste rivieren, de Yangtse (6.300km), Gele Rivier (5.500 km) en Mekong (4.900 km), hebben hun bron allemaal in de Chinese provincie Qinghai, op het noordelijke deel van de Tibetaanse hoogvlakte.

Lijkt een opmerkelijk gegeven. Maar rivieren die in dit verste binnenland en op dit hoogste plateau ontspringen hebben niet veel andere keus dan onderweg naar zee de langste te worden.

Ze komen bovendien alle drie uit de prefectuur Yushu (de administratieve eenheid onder provincie niveau). En twee van hen, de Yangtse en de Mekong, komen zelfs beide uit de county Zaduo (de administratieve eenheid onder prefectuur niveau).

Dit als je de lengte van de langste tak van een rivier als criterium neemt om te bepalen wat zijn bron is.

De introductie van satelliet metingen heeft vaststelling van rivierlengtes eenvoudiger en betrouwbaarder gemaakt. Het heeft geleid tot de ‘verplaatsing’ van de bron van alle drie de rivieren. De Dang Qu blijkt een langere arm van de Yangtse dan de Tuotuo He waardoor zijn bron, traditioneel bij Geladandong ten westen van Yushu, nu in Zaduo county komt te liggen. De Kari Qu blijkt langer dan de Yueguzong Qu waardoor de bron van de Gele Rivier naar het grondgebied van Yushu verschuift. De onenigheid over de oorsprong van de Mekong zal wat dit betreft niet uitmaken: de bron blijft in alle gevallen in Zaduo county.

Wat is een rivierbron?

Makkelijk vraag, toch? Je zou een eenvoudig antwoord verwachten. Maar dat is er niet.

Wie naar de bron van een rivier wil gaat instinctmatig op zoek naar de plek die het verst van de zee is verwijderd. Op een kaart begint hij bij de monding en glijdt hij met zijn vinger stroomopwaarts. Kleinere zijrivieren negeert hij, bij iedere splitsing volgt hij de langste tak. Het beginpunt van de laatste tak waar hij op die manier terecht komt, dat is de bron van zijn rivier.

Maar er zijn mensen die er anders over denken. Neem als voorbeeld het dispuut over de oorsprong van de Mekong dat sinds 15 jaar woedt. Het spitst zich toe op de twee verst stroomopwaarts gelegen armen van de rivier. Sommige betrokkenen vinden dat niet alleen hun lengte moet tellen om te bepalen wat de bron van de Mekong is. Ook de hoeveelheid water die ze afvoeren en de oppervlakte van hun stroomgebied zijn onder andere aangedragen als argumenten om de ‘echte’ bron aan te wijzen. Iemand wees erop dat de langste van de twee takken veel meandert, waardoor de kortste misschien serieuzer genomen moet worden: als hij sneller meer water verplaatst en krachtiger stroomt verhindert dat dat hij gaat meanderen. Het argument is vrijwel omgedraaid: juist omdat hij de langste is (doordat hij meandert) zou die ene stroom níét als de bron aangewezen moeten worden.

De uitkomst van deze discussie moet wat men noemt de ‘wetenschappelijke’ bron van de rivier opleveren.

De meeste landen hebben een geografisch of wetenschappelijk instituut dat zich met deze dingen bezig houdt. Dat mag de knoop door hakken en een bron tot dé bron uitroepen.

China beschikt over twee van deze instituten.

Dit alles los van de opvattingen van lokale mensen. Die leven al eeuwen in een brongebied en beschouwen (vaak: vereren) sinds mensenheugenis een bepaalde poel, kreek of beginnend stroompje als de oorsprong van de rivier. Aan de criteria van de wetenschappers hebben ze geen boodschap.

Wetenschappers noemen dit de ‘spirituele’ bron.

Wie naar de oorsprong van een rivier wil heeft dus de keus door wie hij zich naar welke bron laat leiden. Wie rationeel is ingesteld kan afgaan op de wetenschappers, wie wat in bureaucraten ziet kan kiezen voor hun officiële beslissingen, wie spiritueel geneigd is kan het houden bij de opvattingen van de oorspronkelijke bevolking van het brongebied.

Phuntsok – de weg naar Qumalai – Phuntsok

Autoriteiten die je toegang tot hun gebied weigeren, noodweer, onbegaanbare wegen – je stelt je in op allerlei belemmeringen en problemen. Wat als er aan het eind van de weg geen paarden of motorfietsen te vinden zijn om je tocht te vervolgen, wat als iemand van ons hoogteziekte krijgt? Je staat er vooraf bij stil. Maar met een dwarsliggende chauffeur hou je vooraf geen rekening.

Deze keer moet er gesoebat worden voor Phuntsok (misschien heb ik zijn naam veranderd, maar ach, misschien ook wel niet) bereid is via Qumalai naar Yushu te rijden in plaats van via Maduo waar we al geweest zijn.

Hij emmert over de brandstofprijs. Onzinniger argument bestaat niet want tanken moet hij toch, en naar Qumalai is het korter dan naar Maduo. Los ervan: ik heb hem drie dagen eerder gewaarschuwd dat er hier misschien geen pompstation zou zijn, ik bood aan een jerrycan voor hem te kopen. Dat hoefde niet, hij zou wel zien, een kennis had gezegd dat er hier benzine te krijgen was. Benzine is er inderdaad, maar die is aangevoerd in vaten en kost het dubbele.

Hij: Ik ken die weg niet. Ik: Ik ook niet, daarom wil ik juist zo rijden.

Zo gaat het nog even door. Dan geeft hij voor één keer toe.

Het is verlaten en prachtig.

We komen in het dal van de Kari Qu, zo breed dat je het bijna een vlakte kan noemen. Die rivier is een van de takken van de Gele Rivier. De langste zelfs, hebben moderne satellietmetingen aangetoond. Daarom pleiten sommigen ervoor het begin van de Kari Qu te benoemen tot bron van de Gele Rivier. Van oudsher is het startpunt van de Yueguzonglie stroom zo aangemerkt. Dat is de bron die we bezochten en waarheen de borden langs de weg (gebrekkig als ze zijn) je verwijzen.

Dan een bergpas, 4.840 meter zegt mijn GPS. We staan boven op de scheiding tussen het stroomgebied van de Gele Rivier en de Yangtse.

Ik heb duizenden kilometers door de Tibetaanse streken Kham en Amdo gereden in de Chinese provincies Sichuan en Qinghai. Maar telkens weer verrast het landschap met iets nieuws. Deze keer zijn het zwartgrijze rotsen en gruis die boven het grasland uit steken. Het doet aan vulkanisme denken, al zijn er verder geen sporen van te vinden.

Qumalai. Het was een lange dag. Ik wil naar mijn hotelkamer gaan. Maar daar is Phuntsok. Hij wil geld. Sinds dag één zeurt hij dat zijn onkostenvergoeding voor maaltijden en overnachtingen te laag is, al is die overeengekomen met zijn baas en al staat die op papier.

Zijn eerste week zit er pas over twee dagen op, maar ik geef hem zijn nieuwe weektoelage. Een poging goodwill te kweken. Die zal vruchteloos blijken.

De school die het loodje legde

De vlag is halfstok gezakt. Het basketbal bord ook. De school is niet meer in gebruik.

De man die het terrein beheert legt uit dat de weg vanuit Maduo een onbetrouwbare aanvoerroute was. Hij leidt door zompig terrein, is vaak onbegaanbaar. Dan kwamen leraren en leerlingen zonder proviand te zitten.

Een gevalletje van idealisme ingehaald door de werkelijkheid.

Maar misschien is de aftocht van ‘ontwikkeling’, ‘beschaving’, of hoe je het wilt noemen tijdelijk. Het China van 2012 is vastbesloten de natuur naar zijn hand te zetten. Op een lage heuvel aan de horizon zijn bulldozers en graafwerktuigen druk in de weer.

Over vijf jaar? Bussen toeristen die even stoppen bij een schooltje, nog tien kilometer asfalt te gaan naar hun bestemming, de bron van de Gele Rivier?

Naar de bron van de Gele Rivier – Laatste stuk

Het is een lelijke plek. Een school die niet meer in gebruik is. Een paar lage gebouwen. Afval en modder. Een onvoltooide brug – onze auto moest aan de andere kant blijven. Aan de rand van dit vervallen nederzettinkje dat bord: zeven kilometer naar de bron van de Gele Rivier.

Ik wacht al vier uur. Marco and Eric zijn achterop de twee beschikbare motorfietsen vertrokken. De chauffeurs zeiden dat het 45 minuten was. Ze zouden terugkomen om me op te halen.

Ik wacht op de brug. Ik wacht op de binnenplaats. Ik wacht in de auto. Het regent en ik wacht in de verwarmde woonkeuken.

Vijf uur. Er zijn mensen die kalm kunnen wachten. Ze slapen wat, concentreren zich op iets anders, lezen een boek. Daar hoor ik niet bij. Ik wacht en kan niets.

Zeven uur. Bijna donker. Ze doemen op, uitgeput, koud, nat. Verhaal van een wat helse tocht, modder tot je enkels, water tot je knieën.

Ze hebben de bron gehaald. In het alpinisme: expeditie geslaagd als een van de leden de top bereikt. De organisator van de expeditie hoeft er zelf niet te raken. Of toch? Iedereen kent Hillary en Tenzing Norgay. Wie herinnert zich James Hunt?

Ze bieden aan op me te wachten als ik morgen met een van de chauffeurs naar het begin van de Gele Rivier ga. Ik dub. Maar mijn hart ligt veel meer bij de bron van de Mekong, ons volgende doel. Ik ben bang dat een extra bestede dag hier ons bij die poging in tijdnood zal brengen. Ik besluit verder te gaan.