Mekong expedition – July 9

It’s an uncomfortable ride from Yushu to Zaduo. Bumpy and slow, made so by road works. The accompanying encampments and installations are an eyesore on the grasslands. Two high passes are still beautiful but a tunnel is being dug underneath one of them.

Closer to Zaduo the Mekong, swift and brown-red. Tibetan prayer flags span the river, so do bridges under construction.

Mekong near Zaduo

I meet up with Luciano. He is nearing the end of his eight month walk along the Mekong. We first met on the internet, then in Savannakhet in southern Laos (on the Mekong indeed), and decided to team up to get to the river’s sources.

We meet up with driver Renqing who drove me to Zaxiqiwa last year. That is the most easily accessible source of the Mekong, revered by indigenuous Tibetan nomads for whom this is a spiritual place.

The idea is he will drop us at Zaxiqiwa again. From there we will walk to the Jifu and Guosongmucha sources, about 160 kilometers there and back. Those are higher up and seen as the Mekong’s real sources by the more rationally and scientifically inclined – Chinese, Japanese, westerners.

But we change plan. Renqing says he can get us closer to the sources with his jeep.

It is the bears. Local people warn attacks have occurred, people have died. They simply rip your tent apart. There is no defence. Bears used to stay clear of people when they still carried guns. But the government doesn’t allow that anymore.

‘Don’t worry about wolves’, they add  reassuringly, ‘they don’t do harm to humans’. They are in wild lands, the Mekong’s headwaters.

No doubt the bear threat exists. No doubt too the threat is exaggerated. But I am the worrying type. So we will travel more by jeep. And whenever possible camp near some of the rare nomad encampments where yaks, guard dogs and more people live, and where bears steer clear of.

Mekongexpeditie – 9 juli

Het is een oncomfortabele rit van Yushu naar Zaduo. Het hobbelt en het schiet niet op vanwege wegwerkzaamheden. De bijbehorende kampementen en installaties doen op de fraaie graslanden zeer aan je ogen. Twee passen liggen er nog mooi bij, maar onder de ene wordt een tunnel gegraven.

Dichter bij Zaduo de Mekong, roodbruin en snelstromend. Tibetaanse gebedsvlaggen overspannen de rivier, bruggen in aanbouw ook.

De Mekong nabij Zaduo

Ik zie Luciano weer. Hij nadert het einde van zijn acht maanden durende wandeling langs de Mekong. We ontmoetten elkaar eerst op het internet, toen in Savannakhet in het zuiden van Laos (inderdaad, aan de Mekong), en besloten samen naar de bronnen van de rivier te gaan.

Ik zie chauffeur Renqing weer die me vorig jaar naar Zaxiqiwa reed. Dat is de meest toegankelijke bron van de Mekong, aanbeden door de inheemse Tibetaanse nomaden voor wie het een spirituele plek is.

Het idee is dat hij ons nu weer naar Zaxiqiwa brengt. Dan lopen we verder naar de Jifu en Guosongmucha bronnen, heen en weer ongeveer 160 kilometer. Die liggen hoger en verder stroomopwaarts en worden beschouwd als de werkelijke bronnen van de Mekong door degenen met een meer rationele en wetenschappelijke kijk op de wereld – Chinezen, Japanners, westerlingen.

Maar we veranderen van plan. Renqing zegt dat hij ons met zijn jeep een stuk verder kan brengen.

Het zijn de beren. Lokale mensen waarschuwen dat er mensen zijn aangevallen en gedood. Ze rijten je tent uiteen, je kunt er niets tegen beginnen. Ze waren schuw zolang de nomaden nog geweren hadden, maar dat mag van de overheid niet meer.

‘Maak je geen zorgen om de wolven’, zeggen ze er geruststellend bij, ‘die doen mensen geen kwaad’. Het is een wilde wereld, waar de Mekong ontspringt.

Ongetwijfeld bestaat de dreiging van beren. Ongetwijfeld ook wordt de dreiging overdreven. Maar ik behoor tot het zich zorgen makende slag. Dus we zullen meer per jeep reizen. En als het kan overnachten bij de weinige ver uit elkaar liggende nomadenkampementen waar jaks en waakhonden en groepjes mensen leven, die door beren worden gemeden.

Mekong expedition – July 8

3.00 pm

At Xining airport to change planes. 51 hours and counting. Waiting for check-in in the departure hall, waiting to board in the waiting hall, waiting for luggage after the flight was canceled, waiting for a room in the hotel across the parking lot, waiting nèxt day in the departure hall, waiting in the waiting hall, waiting on the plane (we did board this time), waiting for luggage when the flight was canceled after all, waiting in the hotel, waiting in the departure hall, waiting in the waiting hall.

Waiting exhausts.

And all the while uncertainty when I will fly. Ìf I will fly.

And worries about my acclimatisation to altitude. I reasonably adjusted in recent weeks, but how much harm will the delay do?

5.00 pm

My plane takes off.

When we approach Yushu airport we clear sharp grassland peaks,with white pieces of cloud hanging between the green, and the brown-red Mekong floating below, all of it in the perfect glow of late-afternoon sunlight. I hate myself for leaving my camera in my bag in the luggage compartment  across the aisle, out of reach now that we prepare for landing. Amazing Mekong pictures that I can’t take. And the moment is irrepeatable, not a chance ever to see this again like thìs.

Once landed I reconstruct our approach route and imagine a map, and I realize it wasn’t the Mekong, but just the Yangtse. Relief, the missed photo opportunity doesn’t matter much.

Mekongexpeditie – 8 juli

3 uur ’s middags

Op het vliegveld van Xining, wachtend op mijn aansluitende vlucht, 51 uur inmiddels. Wachten in de vertrekhal om in te checken, wachten in de wachthal om in te stappen, wachten op je bagage nadat de vlucht is afgelast, wachten op je kamersleutel in het hotel tegenover het vliegveld, de volgende dag opnieuw wachten in de vertrekhal, wachten in de wachthal, wachten in het toestel want deze keer gingen we aan boord, wachten op je bagage nadat de vlucht toch weer is afgelast, wachten in het hotel, wachten in de vertrekhal, wachten in de wachthal.

Wachten put uit.

En steeds onzekerheid wanneer je zult vliegen. Òf je zult vliegen.

En zorgen over mijn gewenning aan de hoogte. Ik raakte de afgelopen weken redelijk geacclimatiseerd. Maar hoeveel schade doet de vertraging daaraan?

5 uur ’s middags

Mijn vliegtuig stijgt op.

Als we Yushu naderen vliegen we vlak over scherpe graslandpieken, witte wolkenflarden hangen tussen het frisse groen, de roodbruine Mekong stroomt er beneden tussendoor, alles in de perfecte gloed van de late namiddagzon. Ik verwens mezelf mijn camera in mijn tas te hebben gelaten, in het bagagecompartiment aan de overkant van het gangpad, buiten bereik nu we bijna gaan landen. Prachtige Mekongfoto’s die ik niet kan maken. En het moment is onherhaalbaar, er is geen kans het ooit nog eens zó te zien.

Eenmaal aan de grond stel ik me de landkaart voor en ik realiseer me dat het niet de Mekong was, maar slechts de Yangtse. Opluchting, dan doen de gemiste foto’s er niet zo toe.

Mekong villages

South of Luang Phabang scattered on the river’s banks villages hide amid trees and bushes.

Ban Nong Bua Kham is a new settlement, in fact three villages put together. The government made the villagers move down to the river to stop encroachment on the forest. It paid for the removal, it installed electricity, a dirt road connects the village with the outside world. But the people can’t support themselves here. Fishing can’t sustain them, the teak wood grown around the village doesn’t belong to them. And so they keep commuting to their old fields.

Some have disassembled and reassembled their old wooden houses, some could afford new cement blocks and corrugated iron.

Nong Bua  Kham village doesn’t look authentic. Yet its people don’t seem part of this more modern world either. The old still weave bamboo baskets. Rice is still being threshed with a foot-powered pestle and mortar. To the children that foreigner is a strange sight. Some laugh and follow him, though at a safe distance. Some shy away and start crying. And some come to see what’s up first, then after all decide it’s better to start crying.

Had Keo village has Had Keo temple where an old monk serves. In every other aspect too it is the typical traditional ethnic Lao village. Houses on stilts, palm trees, ducks and turkeys, people sitting in the shade. Clean and tidy. In all its simplicity it isn’t poor.

The village of Pak Hao sits, its name literally says so, at the mouth of the Hao. Its white waters splash and crash down between giant boulders. But they are swallowed up by the Mekong, slow and brown here, and in no time no trace is left of them.

And there is the village with the boy under the tree.

Mekong dorpen

Ten zuiden van Luang Phabang liggen verspreid over de oever dorpjes verscholen tussen bomen en bosjes.

Ban Nong Bua Kham is een nieuw nederzettinkje van drie samengevoegde dorpen. De overheid liet de inwoners naar deze plek aan de rivier verhuizen om verdere aantasting van het bos tegen te gaan. Ze betaalde voor de verhuizing, liet elektriciteit aanleggen. Een onverharde weg verbindt het dorp met de buitenwereld. Maar er is hier geen bron van bestaan. Vissen levert de mensen niet genoeg op, de teakaanplant rond het dorp is niet van hun. Dus blijven ze naar hun oude akkertjes pendelen.

Sommigen haalden hun oude houten huis uit elkaar en zetten het hier weer in elkaar. Anderen  konden zich nieuwe cementblokken en golfplaat veroorloven.

Ban Nong Bua Kham ziet er niet authentiek uit. Maar de inwoners passen ook niet in deze modernere wereld. De ouderen weven nog bamboe manden. De rijst wordt nog gedorst met voet-aangedreven stampers. De kinderen vinden die buitenlander raar. Sommigen volgen hem lachend, al houden ze veilig afstand. Sommigen zetten het op een lopen en een huilen. Sommigen kijken eerst de kat uit de boom, maar besluiten dan dat gaan huilen toch maar het beste is.

In het dorp Had Keo staat de Had Keo tempel waar een oude monnik dienst doet. Ook verder is het een karakteristiek etnisch Laotiaans dorp. Huizen op palen, palmbomen, eenden en kalkoenen, mensen die in de schaduw zitten. Opgeruimd en aangeveegd. In al zijn eenvoud is er niets armoedigs aan.

Pak Hao, de naam zegt het letterlijk, ligt aan de monding van de Hao. Die klettert, spettert en schuimt wit naar beneden tussen grote rotsblokken door. Maar de Mekong, langzaam en bruin hier, neemt hem op, er is direct geen spoor meer van hem over.

En er is het dorp met het jongetje onder de boom.

A stretch of the Mekong that thus far eluded me

I made the trip to the sources of the Mekong and Yellow River in July, though blogposts here date from September. More ‘live’ from Laos now:

I have traveled along the Mekong in Qinghai and Yunnan; and in the north and south of Laos and in Vietnam; and along the stretch that borders Myanmar; and through the larger part of Cambodia; and I have chalked up many other Mekong ‘sightings’. On the way I have seen glaciers and snow-capped peaks, and low-lying flatlands, forested hills and farmland; I have sailed through a half drowned forest, and along a myriad of streams and canals in the river’s delta.

But the stretch south of Luang Phabang had so far eluded me.

There are no public boats. Upgraded roads make bus travel faster these days. There are no tourist boats either. They stay north of Luang Phabang.

I go to the cargo pier out of town, down a small side road that turns into a mud track, winds through a village – the kind of road that seems to lead nowhere but gives me an ah-great-now-I’m-heading-the-right-way sense.

The man in charge of the port says it shouldn’t be a problem. I should just wait, a couple of cargo boats will leave downstream within a few days. He gives me the mobile numbers of their captains. But a couple of phone calls, a couple of days and a second visit to the pier later it becomes clear that after all it ìs a problem. No captain wants to take me. They say frequent stops to (un)load would make my trip lasting days. I say I don’t care, but they don’t give in. I offer money, they shrug.

Something to hide? Illegal logging? Maybe it ’s just my suspicious mind.

I end up chartering my own boat.

The river mostly moves at some purposeful pace. Once or twice it slows down to a near standstill. Occasionally it rushes through rapids. On the brink of the dry season the water level is still high, but the first rocks start to appear above the surface. It takes a skillful person to manoeuvre between them. The man steering my boat is a professional.

There is hardly any traffic. We see one cargo boat all day, and a few small boats taking people a short distance up- or downstream.

Left and right undulating hills, green everywhere though near the river there is no old growth forest left.

On the banks scattered villages, half hidden amid trees and bushes.

I am as exited as all the other times when I first saw a part of the Great River.

Een stuk van de Mekong dat me tot nu ontglipte

De reis naar de bronnen van de Gele Rivier en de Mekong maakte ik in juli, al heb ik de blog-berichten erover in september geplaatst. Meer ‘live’ uit Laos nu:

Ik reisde langs de Mekong in Qinghai en Yunnan; en in het noorden en het zuiden van Laos en in Vietnam; ik voer over het deel van de rivier dat Myanmar begrenst; en door het grootste deel van Cambodja; en ik zag de Mekong op nog een hoop andere plaatsen. Onderweg zag ik gletsjers en sneeuwpieken en vlak laagland; en beboste heuvels en akkerland; ik voer door een half verdronken bos, en door talloze stroompjes en kanaaltjes in de delta van de rivier.

Maar het gedeelte ten zuiden van Luang Phabang was me tot nu ontglipt.

Er zijn geen openbare boten. Bussen zijn sneller, nu de wegen zijn verbeterd. Toeristenboten zijn er ook niet. Die blijven ten noorden van Luang Phabang.

Ik ga naar de vrachtpier buiten de stad, via een zijweggetje dat in een modderpad verandert en door een dorp slingert – het soort weg dat nergens heen lijkt te gaan, maar me een ah-nu-gaat-‘t-de-goede-kant-op gevoel geeft. De havenmeester zegt dat het geen probleem moet zijn. Ik moet maar gewoon wachten, over een dag of wat vertrekken er wel een paar vrachtschepen stroomafwaarts. Hij geeft me de mobiele nummers van de bootslui. Maar een paar telefoongesprekken, een paar dagen en een tweede bezoek aan de haven later is het wel duidelijk dat het wel een probleem is. Geen kapitein die me mee wil nemen. Ze leggen regelmatig aan om te laden en lossen, ik zou er dagen over doen. Ik zeg dat dat me niet uitmaakt, maar ze geven niet toe. Ik bied geld, ze halen hun schouders op.

Iets te verbergen? Illegale houtkap? Misschien is het mijn achterdochtige gemoed maar.

Ik charter mijn eigen boot.

De rivier stroomt stevig door, hij doet doelbewust aan. Een enkele keer valt ie even bijna stil. Af en toe spoedt ie zich door stroomversnellingen. Vlak voor het droge seizoen staat ie nog hoog, maar de eerste rotsen komen boven het oppervlak uit. Er is een vakman als mijn bootsman voor nodig om er tussendoor te manoeuvreren.

Er is nauwelijks verkeer. We zien de hele dag één vrachtschip, en een paar bootjes die mensen korte stukjes stroomop- of –afwaarts brengen.

Links en rechts golvende heuvels, overal groen al is er dicht bij de rivier geen oorspronkelijk bos meer over.

Op de oevers liggen verspreide dorpen half verscholen tussen bomen en bosjes.

Ik ben zo opgetogen als al die andere keren dat ik een stuk van de Grote Rivier voor het eerst zag.

To the source of the Mekong – Two

We set out from Zaduo again, it’s three days later. Only driver Renqing comes with us this time. He grew up in the Zaxiqiwa area, and he speaks Chinese though Tibetan is his mother tongue. So no need for a guide or interpreter.

He shows little mercy for his Chinese built pick-up truck. Stretches of rough road, potholes, streams – he just pushes on. Once, when ahead the trail gets very muddy, I manage to convince him to take a detour – but that is an exception.

We get to the spot where we got stuck. I want to check first. But he only stops to shift to four-wheel drive mode. He takes a shallower passage. I am sure I feel my feet getting wet. But it’s imagination. We have crossed.

More tributaries of the Mekong follow. Renqing volunteers the name of each of them. We get to the river’s main stream and drive further upstream.

Then the road turns west and leaves the Mekong. So do we.

Marco and Eric are artists who have asked me to facilitate their trip to the origins of the Yellow River and Mekong. We had long discussions: which sources to go to? Several choices are possible, as previous blog posts show. In the end for the Mekong they decided on Zaxiqiwa – the ‘spiritual’ source of the river revered by local Tibetan people. I can’t argue with their artistic decisions of course. But being the more rational type I am disappointed I will not get to the source of my choice, the ‘scientific’ one at the head of the Mekong’s longest tributary, at the foot of Jifu Mountain.

This is why we leave the Mekong’s main stream.

A low pass. Ahead the Zaxiqiwa plain, maybe 15 kilometers across, ringed by hills, dotted with countless silver blue pools. Its green more fresh than any we have seen in the 1,800 kilometers we drove to get here from Xining.

A pang. I am caught off guard. We stop briefly, but the urge to enter this place is stronger than to take in its view. We descend and move across the plain to the Mekong’s Zaxiqiwa source. The sound of birds, the sound of the wind. Brilliant end-of-afternoon light. It’s a moving place to be and one of the purest on earth. The meaning of ‘spiritual source’ dawns on me.

Zaxiqiwa, ‘spiritual’ source of the Mekong

Naar de oorsprong van de Mekong – Twee

We laten Zaduo weer achter ons, het is drie dagen later. Alleen chauffeur Renqing vergezelt ons deze keer. Hij groeide op in de buurt van Zaxiqiwa, en hoewel Tibetaans zijn moedertaal is spreekt hij ook Chinees. Geen tolk of gids nodig dus.

Hij heeft geen medelijden met zijn Chinese pick-up truck. Onverhard slecht wegdek, kuilen, riviertjes – hij neemt er geen gas voor terug. Een keer, als het wel erg modderig wordt, weet ik hem over te halen een stukje om te rijden – maar dat is een uitzondering.

We komen bij de plek waar we strandden. Ik wil eerst de situatie bekijken. Maar hij stopt alleen even om over te schakelen naar vierwielaandrijving. Hij kiest een minder diepe doorgang. Ik weet zeker dat ik mijn voeten nat voel worden. Maar het is verbeelding. We zijn aan de overkant.

Meer zijrivieren van de Mekong volgen. Renqing noemt telkens de naam. We komen aan de Mekong zelf. We volgen hem stroomopwaarts.

Dan buigt de weg naar het westen en verlaat de Mekong. Wij ook.

Marco en Eric zijn kunstenaars die me hebben gevraagd hun reis naar de oorsprong van de Gele Rivier en de Mekong te organiseren. We voerden lange discussies: naar welke bronnen precies? Zoals eerder blogs hier laten zien zijn er verschillende keuzes mogelijk. Ze besloten wat betreft de Mekong naar de Zaxiqiwa bron te willen, de ‘spirituele’ bron van de rivier die vereerd wordt door de lokale Tibetaanse bevolking. Ik kan natuurlijk niet in hun artistieke overwegingen treden. Maar meestal rationeel ingesteld ben ik teleurgesteld niet naar de bron van mijn keuze te kunnen, de ‘wetenschappelijke’ aan het begin van de langste tak van de Mekong, aan de voet van de berg Jifu.

Daarom verlaten we de hoofdstroom van de Mekong.

Een lage pas. Voor ons de Zaxiqiwa vlakte, misschien 15 kilometer in doorsnee, vol met zilverblauwe poelen, omzoomd door heuvels. Frisser groen dan al het groen dat we zagen in de 1.800 kilometer onderweg hierheen vanuit Xining.

Een steek van binnen. Ik ben verrast en word uit mijn doen gebracht. We stoppen kort, maar de drang deze plek te betreden is groter dan om zijn aanblik in je op te nemen. We dalen af en steken de vlakte door naar de Zaxiqiwa bron van de Mekong. Het geluid van vogels en van wind. Schitterend namiddaglicht. Het is een ontroerende plek en een van de puurste op aarde. Voor het eerst dringt de betekenis van ‘spirituele bron’ tot me door.

Zaxiqiwa, de ‘spirituele’ bron van de Mekong