Mekong expedition – July 10

We bump along the atrocious ‘road’ that leads out of Zaduo. When not holding on to my seat or the door handle I do things that are just about impossible – making notes, eating bread and cheese, sending a text message as long as we are still within range of Zaduo’s mobile signal.

On the first pass driver Renqing throws small prayer papers to the heavens. Maybe they protect us from serious mishap. But not from his car breaking down, 25 kilometers out of Zaduo we have to turn back. Repairs take hours, when we set out again it is late afternoon. We certainly will not get to Zaxiqiwa, that we were aiming for today.

Renqing chooses another route than last year, staying south of the Mekong, locally called the Zaqu, and for a while we don’t see the river. Near dusk we rejoin it, then get to a confluence. I am in doubt momentarily, than excitedly realize we have come to Ganasongdou, a major spot for Mekong explorers.

From west (right in this picture) flows the Zanaqu (‘Black River’), from north the Zayaqu (‘White River’), and together from here they are the Zaqu. In 1994 explorer Michel Peissel claimed he had discovered the source of the Mekong at the head of the western Zanaqu. However, he approached its headwaters by sticking even further to the south than we have done today, and only further west at the hamlet of Moyun he joined the Zanaqu. He never actually saw the Ganasong confluence. If he had he would have realized that the northern Zayaqu is the larger of the two rivers with a higher water discharge. It subsequently turned out too that the Zayaqu is longer, and therefore that the source of the Mekong had to be at the head of the Zayaqu.

A terrible hailstorm breaks when we have half pitched Renqing’s tall tent. It collapses. We dash for shelter in the car. After, we roll out our sleeping bags in a nearby empty tent, left by nomads no doubt. Call it a stroke of good luck. It is gone when we return a couple of days later.

Renqing blocks the entrance with his car. Then scours the vicinity – for bears?

Renqing snores, I hear from 3.00 to 6.00 am.

Mekongexpeditie – 10 juli

We stuiteren over de ‘weg’ die van Zaduo naar het westen loopt. Ik zoek houvast aan de achterbank of het portier en doe dingen die nauwelijks gaan – notities maken, brood en kaas snijden, sms-en zolang we nog binnen bereik van Zaduo’s zendmasten zijn.

Op de eerste bergpas strooit chauffeur Renqing gebedspapiertjes hemelwaarts. Misschien beschermen ze ons tegen ernstige problemen. Maar niet tegen autopech, 25 kilometer buiten Zaduo moeten we omkeren. Reparatie duurt uren, als we weer op pad gaan is het laat in de middag. Zaxiqiwa, ons doel van vandaag, zullen we zeker niet bereiken.

Renqing kiest een andere route dan vorig jaar, zuidelijk van de Mekong die lokaal de Zaqu heet. Tegen de schemer voegen we ons weer bij de rivier. Dan komen we aan een samenvloeiing van twee stromen. Ik twijfel even, realiseer me dan opgetogen dat dit Ganasongdou is, een belangrijke plek voor Mekongontdekkers.

Vanuit het westen (rechts op de foto) stroomt de Zanaqu (‘Zwarte Rivier’), vanuit het noorden de Zayaqu (‘Witte Rivier’), samen heten ze vanaf hier Zaqu. In 1994 reisde Michel Peissel¬†¬†naar de plek waar de westelijke Zanaqu ontspringt en hij claimde dat hij daarmee de bron van de Mekong had ontdekt. Maar hij bereikte het brongebied door vanuit Zaduo nog zuidelijker aan te houden dan wij vandaag hebben gedaan, pas een stuk verder naar het westen bij het gehucht Moyun voegde hij zich bij de rivier. De samenvloeiing bij Ganasong heeft hij nooit gezien. Had hij dat wel, dan zou hij opgemerkt hebben dat de noordelijke Zayaqu de grotere van de twee rivieren is die meer water afvoert. In de jaren daarop kwam ook vast te staan dat de Zayaqu langer is en dat de bron van de Mekong dus gezocht moet worden in het brongebied van de Zayaqu.

Een snijdende hagelstorm barst los als we Renqing’s hoge tent half hebben opgezet. Het zaakje stort in. We vluchten de auto in. Als de bui voorbij is leggen we onze slaapzakken in een lege tent die even verderop staat, achtergelaten door nomaden. Noem het een gelukje. Als we hier op de terugweg langs komen is hij weg.

Renqing blokkeert met zijn jeep de ingang. Dan speurt hij de omgeving af, turend in het donker, schijnend met een zaklamp – zoekend naar tekenen van beren?

Renqing snurkt, hoor ik ‘s nachts van 3.00 tot 6.00.