Mekong expedition – July 8

3.00 pm

At Xining airport to change planes. 51 hours and counting. Waiting for check-in in the departure hall, waiting to board in the waiting hall, waiting for luggage after the flight was canceled, waiting for a room in the hotel across the parking lot, waiting nèxt day in the departure hall, waiting in the waiting hall, waiting on the plane (we did board this time), waiting for luggage when the flight was canceled after all, waiting in the hotel, waiting in the departure hall, waiting in the waiting hall.

Waiting exhausts.

And all the while uncertainty when I will fly. Ìf I will fly.

And worries about my acclimatisation to altitude. I reasonably adjusted in recent weeks, but how much harm will the delay do?

5.00 pm

My plane takes off.

When we approach Yushu airport we clear sharp grassland peaks,with white pieces of cloud hanging between the green, and the brown-red Mekong floating below, all of it in the perfect glow of late-afternoon sunlight. I hate myself for leaving my camera in my bag in the luggage compartment  across the aisle, out of reach now that we prepare for landing. Amazing Mekong pictures that I can’t take. And the moment is irrepeatable, not a chance ever to see this again like thìs.

Once landed I reconstruct our approach route and imagine a map, and I realize it wasn’t the Mekong, but just the Yangtse. Relief, the missed photo opportunity doesn’t matter much.

Mekongexpeditie – 8 juli

3 uur ’s middags

Op het vliegveld van Xining, wachtend op mijn aansluitende vlucht, 51 uur inmiddels. Wachten in de vertrekhal om in te checken, wachten in de wachthal om in te stappen, wachten op je bagage nadat de vlucht is afgelast, wachten op je kamersleutel in het hotel tegenover het vliegveld, de volgende dag opnieuw wachten in de vertrekhal, wachten in de wachthal, wachten in het toestel want deze keer gingen we aan boord, wachten op je bagage nadat de vlucht toch weer is afgelast, wachten in het hotel, wachten in de vertrekhal, wachten in de wachthal.

Wachten put uit.

En steeds onzekerheid wanneer je zult vliegen. Òf je zult vliegen.

En zorgen over mijn gewenning aan de hoogte. Ik raakte de afgelopen weken redelijk geacclimatiseerd. Maar hoeveel schade doet de vertraging daaraan?

5 uur ’s middags

Mijn vliegtuig stijgt op.

Als we Yushu naderen vliegen we vlak over scherpe graslandpieken, witte wolkenflarden hangen tussen het frisse groen, de roodbruine Mekong stroomt er beneden tussendoor, alles in de perfecte gloed van de late namiddagzon. Ik verwens mezelf mijn camera in mijn tas te hebben gelaten, in het bagagecompartiment aan de overkant van het gangpad, buiten bereik nu we bijna gaan landen. Prachtige Mekongfoto’s die ik niet kan maken. En het moment is onherhaalbaar, er is geen kans het ooit nog eens zó te zien.

Eenmaal aan de grond stel ik me de landkaart voor en ik realiseer me dat het niet de Mekong was, maar slechts de Yangtse. Opluchting, dan doen de gemiste foto’s er niet zo toe.

Not so far from each other: the sources of the Yangtse, Yellow River and Mekong

Three of Asia’s longest rivers, the Yangtse (6,300 km), Yellow River (5,500 km) and Mekong (4,900 km) all have their source in China’s Qinghai province, at the northern part of the Tibetan plateau.

Seems like a remarkable fact. But rivers that start furthest inland and at this highest plateau don’t have much choice but to become the longest on their way to the sea.

Besides all three come from Yushu prefecture (the administrative unit below provincial level). And two of them, the Yangtse and Mekong, even come from the same county of Zaduo (the administrative unit below prefectural level).

This if you accept the length of a river’s longest tributary as the criterion to determine a river’s source.

Introduction of satellite measurements has made establishment of river lengths more easy and more reliable. It has led to the ‘relocation’ of the source of all three rivers. The Dang Qu turns out to be a longer tributary of the Yangtse than the Tuotuo He so that its source, traditionally at Geladandong west of Yushu, moves to Zaduo county. The Kari Qu turns out to be longer than the Yueguzong Qu, shifting the Yellow River’s source to the territory of Yushu. The disagreement about the Mekong’s source doesn’t matter in this respect: it will remain in Zaduo county, whatever the outcome.

Vrij dicht bij elkaar: de oorsprong van de Yangtse, Gele Rivier en Mekong

Drie van Azië’s langste rivieren, de Yangtse (6.300km), Gele Rivier (5.500 km) en Mekong (4.900 km), hebben hun bron allemaal in de Chinese provincie Qinghai, op het noordelijke deel van de Tibetaanse hoogvlakte.

Lijkt een opmerkelijk gegeven. Maar rivieren die in dit verste binnenland en op dit hoogste plateau ontspringen hebben niet veel andere keus dan onderweg naar zee de langste te worden.

Ze komen bovendien alle drie uit de prefectuur Yushu (de administratieve eenheid onder provincie niveau). En twee van hen, de Yangtse en de Mekong, komen zelfs beide uit de county Zaduo (de administratieve eenheid onder prefectuur niveau).

Dit als je de lengte van de langste tak van een rivier als criterium neemt om te bepalen wat zijn bron is.

De introductie van satelliet metingen heeft vaststelling van rivierlengtes eenvoudiger en betrouwbaarder gemaakt. Het heeft geleid tot de ‘verplaatsing’ van de bron van alle drie de rivieren. De Dang Qu blijkt een langere arm van de Yangtse dan de Tuotuo He waardoor zijn bron, traditioneel bij Geladandong ten westen van Yushu, nu in Zaduo county komt te liggen. De Kari Qu blijkt langer dan de Yueguzong Qu waardoor de bron van de Gele Rivier naar het grondgebied van Yushu verschuift. De onenigheid over de oorsprong van de Mekong zal wat dit betreft niet uitmaken: de bron blijft in alle gevallen in Zaduo county.

Phuntsok – the road to Qumalai – Phuntsok

Authorities that don’t allow you to travel in their area, terrible weather, impassable roads – you consider all kinds of stumbling blocks and problems. What if at the end of the road no horses or motorbikes are available to continue your trip, what if one of us gets altitude sickness? You have pondered it. But an obstructive driver hasn’t crossed your mind.

This time I have to be plee before Phuntsok (I may have altered his name, then again I may not) is willing to drive to Yushu via Qumalai instead of via Maduo where we have been already.

He complains about the fuel price. Can’t think of a more illogical argument because he will have to get gas anyway and the way to Qumalai is shorter than to Maduo. Besides: I warned him three days ago there may be no gas station here, I offered buying a jerrycan for him. There was no need, he would take care of it, a friend had told him gas was available here. It is, but it has been transported here in drums and comes at double the normal price.

He: ‘I don’t know that road.’ Me: ‘Neither do I, that’s why I want to take it.’

It goes on for a bit. Then for once he gives in.

It is empty and beautiful.

We enter the valley of the Kari Qu, so wide that it is a plain. The Kari Qu is a tributary of the Yellow River. The longest even, modern satellite measurements show. That’s why some argue the head of the Kari Qu should be recognized as the source of the Yellow River. Traditionally the start of the Yueguzonglie stream is viewed as such. That is the source we visited, and the one that the road signs (flawed as they are) direct you to.

A mountain pass, 4.840 meters says my GPS. We are on the divide of the Yellow River and the Yangtse basin.

I have traveled thousands of kilometers through the Tibetan regions of Kham and Amdo in the Chinese provinces of Sichuan and Qinghai. But landscapes continue to come up with something new. This time it is black-grey rocks and rubble that rise above the grassland. They remind of past volcanic activity, but there are no other traces of it.

Qumalai. It has been a long day. I want to head to my hotel room. But there is Phuntsok. He wants money. Since day one he complains about his allowance for food and lodging, even though it was agreed on with his boss. His first week isn’t out yet, but I give him another week’s allowance. An attempt to get some goodwill. It will proof fruitless.

Phuntsok – de weg naar Qumalai – Phuntsok

Autoriteiten die je toegang tot hun gebied weigeren, noodweer, onbegaanbare wegen – je stelt je in op allerlei belemmeringen en problemen. Wat als er aan het eind van de weg geen paarden of motorfietsen te vinden zijn om je tocht te vervolgen, wat als iemand van ons hoogteziekte krijgt? Je staat er vooraf bij stil. Maar met een dwarsliggende chauffeur hou je vooraf geen rekening.

Deze keer moet er gesoebat worden voor Phuntsok (misschien heb ik zijn naam veranderd, maar ach, misschien ook wel niet) bereid is via Qumalai naar Yushu te rijden in plaats van via Maduo waar we al geweest zijn.

Hij emmert over de brandstofprijs. Onzinniger argument bestaat niet want tanken moet hij toch, en naar Qumalai is het korter dan naar Maduo. Los ervan: ik heb hem drie dagen eerder gewaarschuwd dat er hier misschien geen pompstation zou zijn, ik bood aan een jerrycan voor hem te kopen. Dat hoefde niet, hij zou wel zien, een kennis had gezegd dat er hier benzine te krijgen was. Benzine is er inderdaad, maar die is aangevoerd in vaten en kost het dubbele.

Hij: Ik ken die weg niet. Ik: Ik ook niet, daarom wil ik juist zo rijden.

Zo gaat het nog even door. Dan geeft hij voor één keer toe.

Het is verlaten en prachtig.

We komen in het dal van de Kari Qu, zo breed dat je het bijna een vlakte kan noemen. Die rivier is een van de takken van de Gele Rivier. De langste zelfs, hebben moderne satellietmetingen aangetoond. Daarom pleiten sommigen ervoor het begin van de Kari Qu te benoemen tot bron van de Gele Rivier. Van oudsher is het startpunt van de Yueguzonglie stroom zo aangemerkt. Dat is de bron die we bezochten en waarheen de borden langs de weg (gebrekkig als ze zijn) je verwijzen.

Dan een bergpas, 4.840 meter zegt mijn GPS. We staan boven op de scheiding tussen het stroomgebied van de Gele Rivier en de Yangtse.

Ik heb duizenden kilometers door de Tibetaanse streken Kham en Amdo gereden in de Chinese provincies Sichuan en Qinghai. Maar telkens weer verrast het landschap met iets nieuws. Deze keer zijn het zwartgrijze rotsen en gruis die boven het grasland uit steken. Het doet aan vulkanisme denken, al zijn er verder geen sporen van te vinden.

Qumalai. Het was een lange dag. Ik wil naar mijn hotelkamer gaan. Maar daar is Phuntsok. Hij wil geld. Sinds dag één zeurt hij dat zijn onkostenvergoeding voor maaltijden en overnachtingen te laag is, al is die overeengekomen met zijn baas en al staat die op papier.

Zijn eerste week zit er pas over twee dagen op, maar ik geef hem zijn nieuwe weektoelage. Een poging goodwill te kweken. Die zal vruchteloos blijken.