Langs festivals en markten in Yunnan

Lahu in Mengka die hun Nieuwjaar vieren.

Kachin uit Myanmar die voor een festival van de Jingpo de grens naar Ruili over komen: andere naam, zelfde etnische groep.

Aini op de markt in Lancang.

Limi Yi met hun spectaculaire dracht, geïsoleerd levend in Wumulong.

Ontmoetingen met Dai, Bulang en Wa.

De bedoeling was festivals en markten van de etnische minderheden in het zuidwesten van Yunnan te bezoeken. Markten zijn er altijd. Festivals niet, maar kort na Chinees Nieuwjaar is een goed jachtseizoen.

Exacte dagen en locaties van festivals achterhalen was lastig. We zochten het wereldwijde web af natuurlijk. Dat sprak zichzelf als altijd tegen. Ik vertrouwde op lokale lüyouju, de reis- en toerismedepartementen van de overheid. Maar als ze de telefoon al opnamen stuurden ze ons naar de verkeerde plek (volgens het bureau in Eshan moesten we naar hun stadje Dalongtan maar daar gebeurde helemaal niets), of ze wisten niets van een festival dat toch heus plaatsvond (in Ximeng hadden ze niet gehoord van de Lahu festiviteiten in hun district).

Markten en festivals worden niet gepland om het reizigers makkelijk te maken. Zo hadden we maar één dag om ons van Dalongtan naar Eshan naar Mojiang naar Pu’er naar Lancang te haasten, telkens van bus veranderend. En binnen een dag van Wumulong naar Ruili raken was al net zo’n logistieke uitdaging. Soms hadden we ook tijd te veel. We wachtten een etmaal lang in Lincang met niets om handen. (Kaart nodig?J)

Busstations waren overvol met mannen en vrouwen die bepakt en bezakt na hun tweeweekse Nieuwjaarsvakantie hun familie weer voor een jaar verlieten, op weg naar de fabrieken en bouwprojecten in het verre oosten van China. Die familieleden waren al nergens meer te bekennen. Chinezen doen niet aan uitzwaaien. Misschien is het te erg. Er getuige van zijn is zo’n reiservaring die er net zo veel doet als de bestemming van de trip.

We zijn eerst op de dorpsvariant van het Lahu Nieuwjaar. Muziek en dans, eten en drinken, muziek en dans, eten en drinken, om en om. Een dag later gaat de hoofdviering gepaard met allerlei ceremonieel: een voorganger, gebed, iets wat op een preek lijkt, ter aarde buigen, het offeren van stukjes hout of bast. Het is puur en een spervuur van kleur. Maar ik voel me pas meegevoerd als de menigte vol van sense of purpose door een bos naar een tweede terrein op de top van de heuvel klimt.

Religieus blijft het wazig. Wikipedia over de Lahu: oorspronkelijk polytheïstisch, later werden Boeddhisme en Christendom geïntroduceerd. De mensen in Mengka hebben het over ‘Boeddha vereren’, maar Boeddha komt er niet zichtbaar aan te pas. Boven het enige altaar is de enige afbeelding een foto van… Mao.

Het Jingpo festival in Ruili is door de overheid geadopteerd. Zelfs de lokale lüyouju wist ervan. Het is grootschalig en minder authentiek. Een groep vrouwen in Jingpo klederdracht vertegenwoordigt hun dorp, maar etnisch is meer dan de helft van hen Han Chinees of Dai. Ik kijk naar een theaterstuk. Maar de mensen hebben het naar hun zin, sluiten zich aan bij de lange sliert dansende mensen die over het festivalterrein slingert. Een fanfareorkest blaast en trommelt fervent, uren aaneen. Hoe is die westerse muziek hier ooit beland? Via de voormalige Britse kolonie Birma?

Achter de façade de werkelijkheid. Die is boeiender. Er zijn een hoop Kachin uit Myanmar. Met een ‘Rood Boekje’, een grenspas, mogen ze een week lang China een stukje in. Een jongen vertelt hoe hij iedere zeven dagen even terug gaat naar Myanmar en direct weer terug komt met een nieuw stempel voor een week. Feitelijk leeft hij in China.

Een man wil me foto’s in zijn telefoon laten zien. Schietende Kachin rebellenstrijders (of onafhankelijkheidsstrijders, afhankelijk van je perspectief) in gevecht met het regeringsleger van Myanmar. ‘Afgelopen week’, zegt hij.

In een van de marktkramen aan de rand van het festival verkoopt iemand T-shirts van het Kachin Independence Army.

Telefoontjes naar lüyouju: 15

Waarvan beantwoord: 3

Telefoontjes naar busstations: 8

Telefoontjes van busstations: 2

Militaire checkpoints: 5

Waarvan met grondige bagagecontrole: 1

Kilometers (Kunming als begin en eindpunt): 2.700

Etnische minderheden: 9

Mijn reisgenoten (Spaans): 4

Andere tijdens de reis tegen gekomen buitenlanders: 0

Dank aan David, Enric, Eva en Vicente die de reis mogelijk maakten.

Happy Year of the Goat

pieterneele | 18 February, 2015 15:54

Wishing all of you a happy and healthy Year of the Goat!

A friend from Vietnam sent me the outlook for people born in the Year of the Dragon, especially edition 1964 (me). Work: no good. Health: no good. Love: no good.

Looking for a place to hide. Just for a year. ‘Cos after, the Year of the Monkey promises to be real good.

(Can’t get myself to add a goat image, too predictable.)

Gelukkig Jaar van de Geit

pieterneele | 18 February, 2015 15:45

Ieder een gelukkig en gezond Jaar van de Geit gewenst!

Een vriendin uit Vietnam stuurde me de vooruitzichten voor mensen geboren in het Jaar van de Draak, met name de editie 1964 (ik). Werk: niet best. Gezondheid: niet best. Liefde: niet best.

Zoek een schuilplaats. Voor een jaar maar. Want daarna is het Jaar van de Aap veelbelovend.

(Beetje te voorspelbaar om een plaatje van een geit toe te voegen.)

Extreme Cambodia

pieterneele | 18 February, 2015 13:22

The stunning architecture of the Angkor period. The horrific Khmer Rouge reign of terror. Cambodia is extreme. The sheer magnitude of the temple ruins is incomprehensible. So is the scale of the brutality.

As if there are no constraints on the people, no limit on good and no limit on evil.

I have often visited Angkor Wat and the many temples in the surrounding area. Each time I stood in awe. I have often visited the Killing Fields of the Khmer Rouge, and Tuol Sleng, their prison and torture centre in Phnom Penh. Each time I was appalled.

This time my co-traveller and me wanted to go to Pailin and Anlong Veng, strongholds of the Khmer Rouge for twenty years after their brutal reign. And to the remote Angkorian temples that are scattered around Cambodia’s north. Among them the three disputed temples on the Thai border that recently still led to armed conflict.

Unexpectedly our focus on the Khmer Rouge and our focus on the temple ruins would result in an encounter that gave insights in both.

Extreem Cambodja

pieterneele | 18 February, 2015 13:18

De grandioze architectuur uit de tijd van Angkor Wat. Het gruwelijke schrikbewind van de Rode Khmer. Cambodja is extreem. De grootsheid van de tempelruïnes is niet te bevatten. De omvang van de wreedheden ook niet.

Alsof er geen begrenzing op het volk zit, niet in goeds en niet in kwaads.

Ik was vaak bij Angkor Wat, zag de talloze tempels die daar in de omgeving liggen. Telkens werd ik gegrepen. Ik was vaak bij de Killing Fields van de Rode Khmer, en in Tuol Sleng, hun gevangenis en martelcentrum in Phnom Penh. Telkens huiverde ik.

Cambodja slaat me uit het veld.

Nu wilden reisgenoot en ik naar Pailin en Anlong Veng, enclaves van de Rode Khmer tot twintig jaar na hun schrikbewind. En naar de afgelegen Angkoriaanse tempels die verspreid door het noorden van Cambodja liggen. Daaronder de drie omstreden tempels op de grens met Thailand waar beide landen recent nog om vochten.

Onverwacht zouden focus op de Rode Khmer en focus op de tempelbouwkunst in één ontmoeting samenvallen.

Forenzentrip Luang Prabang – Bangkok: deze keer

pieterneele | 16 February, 2015 08:31

Op Luang Prabangs busstation rolt een roep backpackers uit een tuktuk. Tis stuitend. Te weinig kleren, opzichtige tatoeages, onfris. Blind voor hun omgeving. Blind voor de bordjes die manen ‘covered’ gekleed te zijn. Wan, die me heeft gebracht, registreert ze ook. Laotianen zeggen niet snel iets kritisch over anderen. Maar als ik begin te mopperen, stemt hij in: ‘Not nice, eh’.

Het is de Thaise bus vandaag – de ene dag de Thaise, de andere de Laotiaanse. De airconditioning is bar. Ik trek mijn outdoor onderhemd aan. Ga een stoel verzitten om uit de ijzige tocht te raken.

Ga deze keer naar Cambodja. Eerste doel is Pailin waar we de grens over willen steken, enclave van de moorddadige Rode Khmer tot twintig jaar na het schrikbewind dat ze uitoefenden. Ik wil er al lang heen, de plaatsnaam fascineert me. Voor het hotel in Loei, 600 kilometer van Pailin, staat deze auto. Raar toeval. Bedrijf en regio hebben niets met elkaar te maken.

De chauffeur van de nachtbus naar Bangkok wil er zo snel mogelijk vanaf. Rijdt te hard. Stopt kort. Komt te vroeg aan. Slaat bij aankomst de uitstaphalte over en rijdt meteen naar zijn parkeerplaats ergens achteraf. Geen idee, zo in het donker, waar de uitgang is. Bewegwijzering ontbreekt. Ik dwaal tien minuten rond. Ik heb busstation Mochit uit frustratie wel eens ‘Moshit’ genoemd. Maar wind me vandaag niet op.

Ik vind de hoofdingang en een wachtruimte. Thailand moet het land zijn met ’s werelds hoogste 7 Eleven dichtheid. Ze hanteren ruimere openingstijden dan de naam impliceert. Op mijn koffiebekertje staat ‘Wake up’.

Tegen zessen schudt een bewaakster zachtjes de oude vrouw wat verderop wakker. Ze vraagt nog wat respijt. Verdwijnt een tijdje met een handdoekje. Ordent haar spulletjes. Een uur later gaat ze met haar drie plastic zakken de straten van Bangkok op.

Ik ga mijn reisgenoot van het vliegveld halen. De glazenwassers doden mijn wachttijd.

Een vliegveld is nu eenmaal om te vliegen

We varen over Bangkoks waterweg de Chaophraya. Het rivierleven stelt nooit teleur.

In de tempel waar Thailands boeddhistische patriarch zetelt veel drukte. Een monnik strooit kleine pakketjes uit over het publiek. Dat duikt erop af, rolt ervoor over de grond – jolig en bloedserieus tegelijk. Pepernoten met Sinterklaas. Ballen na een tenniswedstrijd. Plectrums bij een concert.

Luang Prabang – Bangkok Commute

pieterneele | 15 February, 2015 04:58

A series of trips over the past two years. Lost count. From my pied à terre in Luang Prabang to Bangkok. To catch a cheap Air Asia flight to China or a plane to Holland, or to move on elsewhere in Southeast Asia or meet friends in Bangkok.

It can be done within 24 hours now that the international bus from Luang Prabang to Loei is running – leaving at 8.00 am, changing to a night bus in Loei and getting to Bangkok by 5.30 am. But usually I break the trip in Loei, staying in the same hotel each time, cheap and adequate. Within walking distance from the bus station if I have packed lightly. Which mostly I haven’t. The chargers alone, for laptop, smartphone, spare phone, camera, electric toothbrush, and all the equipment they serve.

Along the way in Laos I watch the Mekong from the bridge near Xayaboury, and further on the train of concrete trucks from Thailand heading to the construction site of the dam in the river. I order fried rice for lunch from the boy in the bus who calls ahead so that food is prepared when the bus pulls in at the restaurant. I see the small town of Paklay where one had to stay overnight when the international bus wasn’t yet running. From here it took five different songthaews and tuktuks to cover the final 100 kilometers to Loei – fun breezy rides. And I see the village of Nam Xong where Y. lived, in the alley behind the temple on the bank of the Mekong. She lives in Thailand now and after crossing the border and having changed to Thai sim I’m tempted to call.

A few familiar faces among the officials of Lao immigration, and to some of them I am a familiar face too. No pleasantries at the Thai side, no unpleasantries either, while customs check luggage.

I usually sleep on the night bus to Bangkok. Upon arrival at Mochit bus station, too early to go anywhere, I have a long morning coffee, same stall each time. Then make my way to the Nouvo City Hotel, New World Lodge before and New World House before that, and I am happy to meet the long-time staff I have known for many years, some over two decades.

Lonely Planet pt 2: they are children’s books

And while at the subject of Lonely Planet guides: they are children’s books.

Travel is about the unknown and the unexpected, travel is about discovering. But those ‘travel’guides tell you where to go, what to see there, how to get there. You know exactly what awaits you.

Those using those books are tracing the footprints of others: a boy scout’s game. Travel-wise they, well, haven’t grown up. Those having outgrown those guides go their own independent way.

Lonely Planet pt 1: they don’t get the essence of TRAVEL

Zeeuws-Vlaanderen, the small southwestern part of Holland along the Belgian border where I was born and grew up, is done away with by Lonely Planet as an irrelevant region of farmland and chemical plants.

Now this is not true. There are some interesting old buildings in the towns of Hulst, Sluis, Aardenburg. There are characteristic tree-lined ‘polder’ dikes. In the half submerged conservation area of Saeftinghe over 200 types of birds have been spotted.

But íf it were true, what’s wrong with farms and factories? A TRAVELLER is curious. He first and foremost wonders what a place is like. Beautiful or not, that matters less. Whether there is ‘something to see’ is a worry of tourists.

And then: a TRAVELLER is open to everything. A cloud in the sky. Furrows in a field. The daily life of the one hundred thousand people living in Zeeuws-Vlaanderen.

At Lonely Planet they don’t understand this essence of TRAVEL.

Lonely Planet dl. 2: het zijn kinderboeken

En nu ik het toch over Lonely Planet gidsen heb: het zijn kinderboeken.

Reizen gaat om het onbekende en het onverwachte, reizen gaat om ontdekken. Maar zo’n ‘reis’gids zegt je voor waar je heen kunt, wat je er kunt bekijken en hoe je er komt. Je weet precies wat je te wachten staat.

Wie met zo’n boek onderweg is volgt de voetsporen van anderen: een padvindersspelletje. Wie zich door zo’n boek laat leiden staat als reiziger in de kinderschoenen. Wie die gidsen ontgroeid is gaat zijn eigen onafhankelijke gang.