Naar de oorsprong van de Mekong – Twee

We laten Zaduo weer achter ons, het is drie dagen later. Alleen chauffeur Renqing vergezelt ons deze keer. Hij groeide op in de buurt van Zaxiqiwa, en hoewel Tibetaans zijn moedertaal is spreekt hij ook Chinees. Geen tolk of gids nodig dus.

Hij heeft geen medelijden met zijn Chinese pick-up truck. Onverhard slecht wegdek, kuilen, riviertjes – hij neemt er geen gas voor terug. Een keer, als het wel erg modderig wordt, weet ik hem over te halen een stukje om te rijden – maar dat is een uitzondering.

We komen bij de plek waar we strandden. Ik wil eerst de situatie bekijken. Maar hij stopt alleen even om over te schakelen naar vierwielaandrijving. Hij kiest een minder diepe doorgang. Ik weet zeker dat ik mijn voeten nat voel worden. Maar het is verbeelding. We zijn aan de overkant.

Meer zijrivieren van de Mekong volgen. Renqing noemt telkens de naam. We komen aan de Mekong zelf. We volgen hem stroomopwaarts.

Dan buigt de weg naar het westen en verlaat de Mekong. Wij ook.

Marco en Eric zijn kunstenaars die me hebben gevraagd hun reis naar de oorsprong van de Gele Rivier en de Mekong te organiseren. We voerden lange discussies: naar welke bronnen precies? Zoals eerder blogs hier laten zien zijn er verschillende keuzes mogelijk. Ze besloten wat betreft de Mekong naar de Zaxiqiwa bron te willen, de ‘spirituele’ bron van de rivier die vereerd wordt door de lokale Tibetaanse bevolking. Ik kan natuurlijk niet in hun artistieke overwegingen treden. Maar meestal rationeel ingesteld ben ik teleurgesteld niet naar de bron van mijn keuze te kunnen, de ‘wetenschappelijke’ aan het begin van de langste tak van de Mekong, aan de voet van de berg Jifu.

Daarom verlaten we de hoofdstroom van de Mekong.

Een lage pas. Voor ons de Zaxiqiwa vlakte, misschien 15 kilometer in doorsnee, vol met zilverblauwe poelen, omzoomd door heuvels. Frisser groen dan al het groen dat we zagen in de 1.800 kilometer onderweg hierheen vanuit Xining.

Een steek van binnen. Ik ben verrast en word uit mijn doen gebracht. We stoppen kort, maar de drang deze plek te betreden is groter dan om zijn aanblik in je op te nemen. We dalen af en steken de vlakte door naar de Zaxiqiwa bron van de Mekong. Het geluid van vogels en van wind. Schitterend namiddaglicht. Het is een ontroerende plek en een van de puurste op aarde. Voor het eerst dringt de betekenis van ‘spirituele bron’ tot me door.

Zaxiqiwa, de ‘spirituele’ bron van de Mekong

Naar de oorsprong van de Mekong – Een

De auto vult zich met de geprevelde Tibetaanse gebeden van de man uit Zaduo. Ik heb hem gevraagd mee te gaan, niemand van ons kent de weg.

De eerste hoge pas ontlokt oehs en aahs om zijn pracht. Maar stoppen doen we niet, gericht als we zijn op ons doel, de Mekong bron bij Zaxiqiwa.

Verder is ieder stil.

De lokale gids stelt tien bergpassen in het vooruitzicht. Ik raak al snel de tel kwijt. Marco niet.

De weg slingert op en neer, links en rechts. Een doolhof in een lege wereld.

Ik maak aantekeningen, kijk op mijn GPS of we wat opschieten.

We naderen een rivier, ik pen in mijn boekje dat het de breedste is tot nu toe. Als ik opkijk staan we er al middenin. Gestrand – voor zover dat in dit geval toepasselijke woordkeus is.

Er staat al snel tien centimeter water in de auto. We kruipen er door de achterdeur uit, misschien in de hoop dat de rivier daar ondieper is dan rechts of links. Of omdat mensen instinctmatig altijd de kortste weg naar de veiligheid zoeken. Het ziet er vast komisch uit.


Phuntsok is op pad gegaan zonder iets wat je zoal nodig zou kunnen hebben: sleepkabel, gereedschap, jerrycan, spa, plastic om bagage droog te houden. Die laatste twee dingen heb ik nog gekocht – maar ik had beter op moeten letten.

Na een tijdje een vrachtauto. De chauffeur heeft een touw, wij hebben een koord om de bagage bij elkaar te binden. Ze winden ze in elkaar – slim bedacht, denk ik. Het trekt de auto op het droge. Maar hij doet het niet meer, is zo’n beetje verdronken. De truck rijdt verder. Wij moeten terug naar Zaduo – op een of andere manier.

We waren halverwege.

Er doemt een tractor op. Een gelukje. Hij is in de buurt vanwege een gras-zaai programma dat bodemerosie tegen moet gaan.

We hebben nu alleen ons bagagekoord om ons te slepen. Het knapt direct.

De tractor verdwijnt, komt veel later terug met een stalen kabel en trekt ons een pas op waar de chauffeur laat weten dat hij niet genoeg brandstof heeft om ons verder nog ergens heen te slepen. Hij vertrekt. Net als even later onze gids uit Zaduo in de enige passerende auto, met één lege stoel.

Het wordt donker, we eten wat, zetten tenten op.