Mekongexpeditie – 12 juli

We lopen. We volgen de Gaodepu, ons doel is zijn beginpunt bij Mount Jifu: de bron van de Mekong.

We zoeken onze weg door drassig land, stappen van pol naar pol. Het is niet moeilijk, alleen op den duur vermoeiend.

Verderop krijgen we vastere grond van kiezels en keien onder de voeten.

Ongeduld.

We passeren de plek waar ik vorig jaar omkeerde. Toen ik het later thuis op Google Earth bestudeerde leek dat punt ongeveer 140 meter verwijderd te zijn van het begin van de rivier. Inderdaad markeert wat verder dit Tibetaanse monumentje de bron van de Mekong. Bron?

Teleurstelling. Geen gletsjer, geen bron, geen poel waar water uit weg stroomt. In plaats daarvan het onderste gedeelte van een stenige helling. Hier en daar komen nog minuscule stroompjes tussen de keien naar beneden. We gaan hogerop en komen bij een eerste smeltende ijsveld, en nog hoger bij een tweede. Dat lijkt er meer op. We maken onze bronfoto’s. Maar nu zien we de rand van de gletsjer, nog een stuk boven ons. Luciano aarzelt: ‘Dat is nog minstens een uur’. Maar ik kan nu niet omkeren. We klimmen verder. Dan is het mijn beurt om te aarzelen. Ik voel me zacht gezegd ongemakkelijk op deze steile helling van losse stenen, ik glij een paar keer weg.

‘Stap op de grotere keien en blijf lopen’, zegt Luciano. Dat doe ik.

Dan ben ik me van niets meer bewust.

Ik zit aan de voet van de gletsjer. Ik denk dat ik vijf minuten over de laatste klim heb gedaan. Ik herinner me niets. Luciano zegt dat het er veertig zijn geweest, met een paar korte pauzes.

Mijn GPS geeft aan: N 33.45.677, O 94.40.562, hoogte 5.374 meter. Dit is de hoogste bron van de Mekong, aan het begin van zijn langste tak.

Geluk.

We hadden goed weer. Als we afdalen hagelt en regent het, maar niet hard deze keer. Mijn schoenen lekken, ik had ze al een jaar niet in nat weer gebruikt.

Mekongexpeditie – 11 juli

Geen dag volgens plan.

We passeren een groepje picknickende Tibetaanse nomaden. Ze hebben voorraden gekocht in Zaduo en zijn op weg naar hun weidegronden in de vallei van de Gaodepu. Dat is de langste bronrivier van de Zayaqu, en dus van de Mekong. Waar de Gaodepu ontspringt, ontspringt de Mekong. We hadden eerst nog naar Zaxiqiwa willen gaan maar besluiten het, ook letterlijk, links te laten liggen en samen met deze mensen en hun twee auto’s te reizen.

De weg wordt een spoor en soms nog minder dan dat. Af en toe loopt een van de auto’s vast. Dan wordt er lachend en enthousiast geduwd en gesleept. Het lijkt soms geklungel waarbij we van de regen in de drup raken. Maar uiteindelijk wordt iedereen altijd weer vlot getrokken, al duurt het een keer anderhalf uur.

Pakkend T-shirt van de jongste chauffeur. Geen muur voor hem. Hij leeft in een van de vrijste ruimtes op aarde.

‘Beroemde band, beroemde plaat’, probeer ik hem uit te leggen. Maar hij heeft er geen benul van. Laat staan van ingewikkelde westerse associaties met huisvestingsprogramma van de Chinese overheid, waarbij de nomaden worden samengebracht in nieuwe permanente nederzettingen en een einde wordt gemaakt aan hun traditionele bestaan met hun vee op de graslanden. Volgens voorstanders een maatregel om bodem en milieu te beschermen, volgens tegenstanders om de bevolking meer te controleren.

Geen muur voor hem. Maar in de toekomst?

We zetten voor het eerst Luciano’s  tentje van het Zwitserse merk H. op. ‘De Rolls Royce onder de tenten’, laat hij weten, ‘kostte twaalf jaar geleden al 1.000 dollar’. Tegen middernacht noodweer met hagel en ijsregen. Er valt niets te doen dan in je slaapzak overeind zitten en wachten wat er komen gaat. Tot mijn verbazing houdt de tent het. Dan gaat het grondzeil lekken en houdt mijn verbazing op. ‘Oh, nou ja, hij wordt oud en ik heb hem al een tijd niet gebruikt’.

Ahh, dit was het uitzicht van de dag, op de Tuo Ji zijrivier (van rechts) die uitkomt in de Mekong.

Mekongexpeditie – 10 juli

We stuiteren over de ‘weg’ die van Zaduo naar het westen loopt. Ik zoek houvast aan de achterbank of het portier en doe dingen die nauwelijks gaan – notities maken, brood en kaas snijden, sms-en zolang we nog binnen bereik van Zaduo’s zendmasten zijn.

Op de eerste bergpas strooit chauffeur Renqing gebedspapiertjes hemelwaarts. Misschien beschermen ze ons tegen ernstige problemen. Maar niet tegen autopech, 25 kilometer buiten Zaduo moeten we omkeren. Reparatie duurt uren, als we weer op pad gaan is het laat in de middag. Zaxiqiwa, ons doel van vandaag, zullen we zeker niet bereiken.

Renqing kiest een andere route dan vorig jaar, zuidelijk van de Mekong die lokaal de Zaqu heet. Tegen de schemer voegen we ons weer bij de rivier. Dan komen we aan een samenvloeiing van twee stromen. Ik twijfel even, realiseer me dan opgetogen dat dit Ganasongdou is, een belangrijke plek voor Mekongontdekkers.

Vanuit het westen (rechts op de foto) stroomt de Zanaqu (‘Zwarte Rivier’), vanuit het noorden de Zayaqu (‘Witte Rivier’), samen heten ze vanaf hier Zaqu. In 1994 reisde Michel Peissel  naar de plek waar de westelijke Zanaqu ontspringt en hij claimde dat hij daarmee de bron van de Mekong had ontdekt. Maar hij bereikte het brongebied door vanuit Zaduo nog zuidelijker aan te houden dan wij vandaag hebben gedaan, pas een stuk verder naar het westen bij het gehucht Moyun voegde hij zich bij de rivier. De samenvloeiing bij Ganasong heeft hij nooit gezien. Had hij dat wel, dan zou hij opgemerkt hebben dat de noordelijke Zayaqu de grotere van de twee rivieren is die meer water afvoert. In de jaren daarop kwam ook vast te staan dat de Zayaqu langer is en dat de bron van de Mekong dus gezocht moet worden in het brongebied van de Zayaqu.

Een snijdende hagelstorm barst los als we Renqing’s hoge tent half hebben opgezet. Het zaakje stort in. We vluchten de auto in. Als de bui voorbij is leggen we onze slaapzakken in een lege tent die even verderop staat, achtergelaten door nomaden. Noem het een gelukje. Als we hier op de terugweg langs komen is hij weg.

Renqing blokkeert met zijn jeep de ingang. Dan speurt hij de omgeving af, turend in het donker, schijnend met een zaklamp – zoekend naar tekenen van beren?

Renqing snurkt, hoor ik ‘s nachts van 3.00 tot 6.00.

Mekongexpeditie – 9 juli

Het is een oncomfortabele rit van Yushu naar Zaduo. Het hobbelt en het schiet niet op vanwege wegwerkzaamheden. De bijbehorende kampementen en installaties doen op de fraaie graslanden zeer aan je ogen. Twee passen liggen er nog mooi bij, maar onder de ene wordt een tunnel gegraven.

Dichter bij Zaduo de Mekong, roodbruin en snelstromend. Tibetaanse gebedsvlaggen overspannen de rivier, bruggen in aanbouw ook.

De Mekong nabij Zaduo

Ik zie Luciano weer. Hij nadert het einde van zijn acht maanden durende wandeling langs de Mekong. We ontmoetten elkaar eerst op het internet, toen in Savannakhet in het zuiden van Laos (inderdaad, aan de Mekong), en besloten samen naar de bronnen van de rivier te gaan.

Ik zie chauffeur Renqing weer die me vorig jaar naar Zaxiqiwa reed. Dat is de meest toegankelijke bron van de Mekong, aanbeden door de inheemse Tibetaanse nomaden voor wie het een spirituele plek is.

Het idee is dat hij ons nu weer naar Zaxiqiwa brengt. Dan lopen we verder naar de Jifu en Guosongmucha bronnen, heen en weer ongeveer 160 kilometer. Die liggen hoger en verder stroomopwaarts en worden beschouwd als de werkelijke bronnen van de Mekong door degenen met een meer rationele en wetenschappelijke kijk op de wereld – Chinezen, Japanners, westerlingen.

Maar we veranderen van plan. Renqing zegt dat hij ons met zijn jeep een stuk verder kan brengen.

Het zijn de beren. Lokale mensen waarschuwen dat er mensen zijn aangevallen en gedood. Ze rijten je tent uiteen, je kunt er niets tegen beginnen. Ze waren schuw zolang de nomaden nog geweren hadden, maar dat mag van de overheid niet meer.

‘Maak je geen zorgen om de wolven’, zeggen ze er geruststellend bij, ‘die doen mensen geen kwaad’. Het is een wilde wereld, waar de Mekong ontspringt.

Ongetwijfeld bestaat de dreiging van beren. Ongetwijfeld ook wordt de dreiging overdreven. Maar ik behoor tot het zich zorgen makende slag. Dus we zullen meer per jeep reizen. En als het kan overnachten bij de weinige ver uit elkaar liggende nomadenkampementen waar jaks en waakhonden en groepjes mensen leven, die door beren worden gemeden.

Mekongexpeditie – 8 juli

3 uur ’s middags

Op het vliegveld van Xining, wachtend op mijn aansluitende vlucht, 51 uur inmiddels. Wachten in de vertrekhal om in te checken, wachten in de wachthal om in te stappen, wachten op je bagage nadat de vlucht is afgelast, wachten op je kamersleutel in het hotel tegenover het vliegveld, de volgende dag opnieuw wachten in de vertrekhal, wachten in de wachthal, wachten in het toestel want deze keer gingen we aan boord, wachten op je bagage nadat de vlucht toch weer is afgelast, wachten in het hotel, wachten in de vertrekhal, wachten in de wachthal.

Wachten put uit.

En steeds onzekerheid wanneer je zult vliegen. Òf je zult vliegen.

En zorgen over mijn gewenning aan de hoogte. Ik raakte de afgelopen weken redelijk geacclimatiseerd. Maar hoeveel schade doet de vertraging daaraan?

5 uur ’s middags

Mijn vliegtuig stijgt op.

Als we Yushu naderen vliegen we vlak over scherpe graslandpieken, witte wolkenflarden hangen tussen het frisse groen, de roodbruine Mekong stroomt er beneden tussendoor, alles in de perfecte gloed van de late namiddagzon. Ik verwens mezelf mijn camera in mijn tas te hebben gelaten, in het bagagecompartiment aan de overkant van het gangpad, buiten bereik nu we bijna gaan landen. Prachtige Mekongfoto’s die ik niet kan maken. En het moment is onherhaalbaar, er is geen kans het ooit nog eens zó te zien.

Eenmaal aan de grond stel ik me de landkaart voor en ik realiseer me dat het niet de Mekong was, maar slechts de Yangtse. Opluchting, dan doen de gemiste foto’s er niet zo toe.

De bronnen van de Mekong bereikt

Op 12 juli 2013 bereikte ik, samen met Zwitser Luciano Lepre, de bron van de Mekong aan de voet van de gletsjer van Mount Jifu, in het leegste deel van China’s provincie Qinghai.

Een dag later bezochten we ook de bron op Mount Guosongmucha. Sommigen vinden nog steeds dat dat de werkelijke bron van de Mekong is omdat de riviertak die hier ontspringt meer water afvoert dan de rivier die ontspringt op Jifu, hoewel inmiddels is aangetoond dat de Jifu bron hoger ligt en zijn rivier langer is.

Het is verleidelijk te denken dat wij de eersten zijn die beide bronnen hebben bereikt. Expedities die sinds het midden van de jaren 1990 op pad gingen om te bepalen wat nu de echte bron van de Mekong is concentreerden zich merkwaardig genoeg op òf Guosongmucha òf Jifu en namen niet de moeite ook nog naar de andere bron te gaan.

Een jaar geleden kwam ik al heel dichtbij de Jifu bron, zoals je in eerdere blogberichten kunt zien. Een dun stroompje Mekong water zocht zijn weg tussen stenen, keien, de eerste sneeuw. Ik telde mijn bronpoging half. Maar twijfel knaagde: mijn gps-track geprojecteerd op Google Earth liet achteraf zien dat ik nog 140 meter verwijderd was geweest van een sneeuwveld dat eruit zag als het begin van de rivier. Deze keer bleek me dat de voet van de Jifu gletsjer in werkelijkheid zelfs nog een kilometer verder lag, en 250 meter hoger.

Ik ben blij – maak er maar van heel blij – nu geen twijfels meer te hebben de bronnen van de Mekong bereikt te hebben.

Bron van de Mekong, Mount Jifu gletsjer, mijn GPS gaf aan NB 33.45.671, OL 94.40.562,  hoogte 5.374 meter.

Toevoeging Later wist ik te bepalen dat deze hoogste gletsjer, waar de Mekong ontspringt, niet op Mount Jifu ligt, maar op de berg die er aan de westkant naast ligt. De genoemde GPS locatie is correct.

Mekong dorpen

Ten zuiden van Luang Phabang liggen verspreid over de oever dorpjes verscholen tussen bomen en bosjes.

Ban Nong Bua Kham is een nieuw nederzettinkje van drie samengevoegde dorpen. De overheid liet de inwoners naar deze plek aan de rivier verhuizen om verdere aantasting van het bos tegen te gaan. Ze betaalde voor de verhuizing, liet elektriciteit aanleggen. Een onverharde weg verbindt het dorp met de buitenwereld. Maar er is hier geen bron van bestaan. Vissen levert de mensen niet genoeg op, de teakaanplant rond het dorp is niet van hun. Dus blijven ze naar hun oude akkertjes pendelen.

Sommigen haalden hun oude houten huis uit elkaar en zetten het hier weer in elkaar. Anderen  konden zich nieuwe cementblokken en golfplaat veroorloven.

Ban Nong Bua Kham ziet er niet authentiek uit. Maar de inwoners passen ook niet in deze modernere wereld. De ouderen weven nog bamboe manden. De rijst wordt nog gedorst met voet-aangedreven stampers. De kinderen vinden die buitenlander raar. Sommigen volgen hem lachend, al houden ze veilig afstand. Sommigen zetten het op een lopen en een huilen. Sommigen kijken eerst de kat uit de boom, maar besluiten dan dat gaan huilen toch maar het beste is.

In het dorp Had Keo staat de Had Keo tempel waar een oude monnik dienst doet. Ook verder is het een karakteristiek etnisch Laotiaans dorp. Huizen op palen, palmbomen, eenden en kalkoenen, mensen die in de schaduw zitten. Opgeruimd en aangeveegd. In al zijn eenvoud is er niets armoedigs aan.

Pak Hao, de naam zegt het letterlijk, ligt aan de monding van de Hao. Die klettert, spettert en schuimt wit naar beneden tussen grote rotsblokken door. Maar de Mekong, langzaam en bruin hier, neemt hem op, er is direct geen spoor meer van hem over.

En er is het dorp met het jongetje onder de boom.

Een stuk van de Mekong dat me tot nu ontglipte

De reis naar de bronnen van de Gele Rivier en de Mekong maakte ik in juli, al heb ik de blog-berichten erover in september geplaatst. Meer ‘live’ uit Laos nu:

Ik reisde langs de Mekong in Qinghai en Yunnan; en in het noorden en het zuiden van Laos en in Vietnam; ik voer over het deel van de rivier dat Myanmar begrenst; en door het grootste deel van Cambodja; en ik zag de Mekong op nog een hoop andere plaatsen. Onderweg zag ik gletsjers en sneeuwpieken en vlak laagland; en beboste heuvels en akkerland; ik voer door een half verdronken bos, en door talloze stroompjes en kanaaltjes in de delta van de rivier.

Maar het gedeelte ten zuiden van Luang Phabang was me tot nu ontglipt.

Er zijn geen openbare boten. Bussen zijn sneller, nu de wegen zijn verbeterd. Toeristenboten zijn er ook niet. Die blijven ten noorden van Luang Phabang.

Ik ga naar de vrachtpier buiten de stad, via een zijweggetje dat in een modderpad verandert en door een dorp slingert – het soort weg dat nergens heen lijkt te gaan, maar me een ah-nu-gaat-‘t-de-goede-kant-op gevoel geeft. De havenmeester zegt dat het geen probleem moet zijn. Ik moet maar gewoon wachten, over een dag of wat vertrekken er wel een paar vrachtschepen stroomafwaarts. Hij geeft me de mobiele nummers van de bootslui. Maar een paar telefoongesprekken, een paar dagen en een tweede bezoek aan de haven later is het wel duidelijk dat het wel een probleem is. Geen kapitein die me mee wil nemen. Ze leggen regelmatig aan om te laden en lossen, ik zou er dagen over doen. Ik zeg dat dat me niet uitmaakt, maar ze geven niet toe. Ik bied geld, ze halen hun schouders op.

Iets te verbergen? Illegale houtkap? Misschien is het mijn achterdochtige gemoed maar.

Ik charter mijn eigen boot.

De rivier stroomt stevig door, hij doet doelbewust aan. Een enkele keer valt ie even bijna stil. Af en toe spoedt ie zich door stroomversnellingen. Vlak voor het droge seizoen staat ie nog hoog, maar de eerste rotsen komen boven het oppervlak uit. Er is een vakman als mijn bootsman voor nodig om er tussendoor te manoeuvreren.

Er is nauwelijks verkeer. We zien de hele dag één vrachtschip, en een paar bootjes die mensen korte stukjes stroomop- of –afwaarts brengen.

Links en rechts golvende heuvels, overal groen al is er dicht bij de rivier geen oorspronkelijk bos meer over.

Op de oevers liggen verspreide dorpen half verscholen tussen bomen en bosjes.

Ik ben zo opgetogen als al die andere keren dat ik een stuk van de Grote Rivier voor het eerst zag.

Naar de oorsprong van de Mekong – Drie

Aan het begin van de Zaxiqiwa vlakte staan een paar nomadententen. Het waren de eerste mensen die we sinds 80 kilometer zagen, en ook de laatste die ik de komende 50 kilometer zal zien.

Ik zie dat ze een kleine motorfiets hebben. Ik heb een dag over. Ik zie een kans om naar de Mekong bron aan de voet van de berg Jifu te gaan, aan het eind van zijn langste tak.

‘Dat is te ver, je kunt niet op een dag heen en weer. Maar je komt van ver dus we zullen je helpen.’

We vertrekken zodra het licht is, Kelsang rijdt, ik zit achterop. Het pad is soms zanderig, soms stenig, soms versmalt het tot een spoor, soms verdwijnt het, soms loopt het door het water. Het is Parijs-Dakar, maar dan nat en koud en op niet veel meer dan een brommer. We maken goede voortgang. ‘Dit kan gaan lukken’, denk ik.

Maar na Yeyongsongdou, de splitsing tussen de twee laatste hoofdstromen van de Mekong, wordt het terrein onbegaanbaar tenzij je te voet of te paard bent. Pollen in een drassige ondergrond. Er tussendoor rijden gaat niet: te drassig, kronkelig, smal. Maar om van pol naar pol te rijden, daarvoor zijn de gaten ertussen dan weer te breed. Kelsang blijft het proberen maar meestal loop ik en dat gaat even snel.

Halverwege het dal van de Gaodepu, tien kilometer van Jifu Shan, geef ik me gewonnen. Nog  een uur en ik heb al de helft van het daglicht opgebruikt. In het donker door dit verlaten gebied over dit terrein terug rijden is geen optie. Valpartij, gewond, wolven…

Er staan weer drie nomadententen hier. Binnen warm ik op en blaas ik uit. Ik vraag me af hoe al die alpinisten zich voelen die om moeten keren, de haven al in zicht. Hoe ik me zelf voel weet ik niet. Verdoofd. Maar misschien zie ik er terneergeslagen uit – de tenteigenaar zegt dat hij een grotere motorfiets heeft en dat we nog wel verder kunnen gaan.

Weer op weg. Inderdaad heeft hij een serieuzere off the road machine. Keer op keer kruisen we de meanderende bedding van de Mekong, vijf meter breed , dan vier, dan drie. Dan kan ook deze motor niet verder.

Ik ben op mezelf aangewezen nu. Ik loop.

Hier kwam ik:

Naar de oorsprong van de Mekong – Twee

We laten Zaduo weer achter ons, het is drie dagen later. Alleen chauffeur Renqing vergezelt ons deze keer. Hij groeide op in de buurt van Zaxiqiwa, en hoewel Tibetaans zijn moedertaal is spreekt hij ook Chinees. Geen tolk of gids nodig dus.

Hij heeft geen medelijden met zijn Chinese pick-up truck. Onverhard slecht wegdek, kuilen, riviertjes – hij neemt er geen gas voor terug. Een keer, als het wel erg modderig wordt, weet ik hem over te halen een stukje om te rijden – maar dat is een uitzondering.

We komen bij de plek waar we strandden. Ik wil eerst de situatie bekijken. Maar hij stopt alleen even om over te schakelen naar vierwielaandrijving. Hij kiest een minder diepe doorgang. Ik weet zeker dat ik mijn voeten nat voel worden. Maar het is verbeelding. We zijn aan de overkant.

Meer zijrivieren van de Mekong volgen. Renqing noemt telkens de naam. We komen aan de Mekong zelf. We volgen hem stroomopwaarts.

Dan buigt de weg naar het westen en verlaat de Mekong. Wij ook.

Marco en Eric zijn kunstenaars die me hebben gevraagd hun reis naar de oorsprong van de Gele Rivier en de Mekong te organiseren. We voerden lange discussies: naar welke bronnen precies? Zoals eerder blogs hier laten zien zijn er verschillende keuzes mogelijk. Ze besloten wat betreft de Mekong naar de Zaxiqiwa bron te willen, de ‘spirituele’ bron van de rivier die vereerd wordt door de lokale Tibetaanse bevolking. Ik kan natuurlijk niet in hun artistieke overwegingen treden. Maar meestal rationeel ingesteld ben ik teleurgesteld niet naar de bron van mijn keuze te kunnen, de ‘wetenschappelijke’ aan het begin van de langste tak van de Mekong, aan de voet van de berg Jifu.

Daarom verlaten we de hoofdstroom van de Mekong.

Een lage pas. Voor ons de Zaxiqiwa vlakte, misschien 15 kilometer in doorsnee, vol met zilverblauwe poelen, omzoomd door heuvels. Frisser groen dan al het groen dat we zagen in de 1.800 kilometer onderweg hierheen vanuit Xining.

Een steek van binnen. Ik ben verrast en word uit mijn doen gebracht. We stoppen kort, maar de drang deze plek te betreden is groter dan om zijn aanblik in je op te nemen. We dalen af en steken de vlakte door naar de Zaxiqiwa bron van de Mekong. Het geluid van vogels en van wind. Schitterend namiddaglicht. Het is een ontroerende plek en een van de puurste op aarde. Voor het eerst dringt de betekenis van ‘spirituele bron’ tot me door.

Zaxiqiwa, de ‘spirituele’ bron van de Mekong